Een Hoeve aan de Grens

“Een Hoeve aan de Grens” is de titel van een verhaal, geschreven door F.A. Brekelmans. Die hoeve is een bekend geworden langgevelboerderij aan de Grazenseweg 3, in Grazen.  Op het erf is verder een Vlaamse schuur, een dwarsdeelschuur en een bakhuis.

Grazen is een buurtschap in de gemeente Alphen-Chaam in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het ligt in het westen van de gemeente, drie kilometer ten zuidwesten van het dorp Chaam. De buurtschap behoort tot het dorp Strijbeek. De hoeve ligt dicht bij de grens met België. Het is een rijksmonument geworden.

 

Sjoke 

De boerderij is bekend geworden door haar bewoonster, Sjoke Jansen. Sjoke is Brabants voor “Ons Joke”. Versneld uitgesproken wordt dit “Sjoke”. Haar initialen zijn J.P. en die staan voor: Joanna Philomina. (Bron)

De toevoeging “ons” is typisch Brabants. Het kent ook vervoegingen, en men kan horen in vervoegingen of het een mannelijk of vrouwelijk woord is, zoals dat ook in de Duitse taal nu nog steeds gebruikelijk is. Ook is het vervoegen gerelateerd aan het bijvoegelijke naamwoord. Bij een mannelijke voornaam zegt men onzen, of onze, dat wordt bepaald door de eerste letter van die naam. Onze-n-André, Onze Gerrit, onzen (de n is hier niet echt hoorbaar bij het uitspreken) Bernard, ons Dora, ons Joke. Ik heette Onzetta voor mijn vader, een samenvloeien van ons en Etta (van Antoinette) en dat werd “onzetta”.

De familienaam Jansen, met één “s”, roept vraagtekens op, qua schrijfwijze. In het verhaal “Een Hoeve aan de Grens” wordt in de familiestamboom de naam Janssen soms met dubbele “s” geschreven: Janssen en soms met één s. Dit maakt genealogisch wel degelijk verschil. De officiële familienaam van Sjoke is Jansen. (Bron).

.

Sjoke, 20 december 1984 - Foto: Johan van Gurp - Bron

Sjoke, 20 december 1984 – Foto: Johan van Gurp – Bron

.

Sjoke Jansen werd geboren op 13 oktober 1900 in Ginneken & Bavel, en is overleden op 28 oktober 1989 in Strijbeek/Ginneken & Bavel. (Bron.) (Historisch document over haar overlijden, haar plek in de gemeenschap, en meer: Sjoke_Jansen) Ze was boerin op de boerderij die al eeuwenlang tot de familie behoorde (Archief) en zij is bekend geworden door het NCRV-programma Showroom. Toen men kwam filmen bij Sjoke was ze 80, ongetrouwd, en een tv had ze nog nooit gezien. (Archief)  (Map)

 

 

Hoeve3

“Een Hoeve aan de Grens”, juni 1960. Sjoke samen met haar broer. Foto: H.A. Hagen

Brabants-boereninterieur2

“Een Hoeve aan de Grens”, 1955; Sjoke. Bron: hhbest

.

Brabants-boereninterieur

“Een Hoeve aan de Grens”, 1955. Bron: hhbest

Hoeve2

“Een Hoeve aan de Grens”, juni 1960. Westzijde. Foto: H. A. Hagen

Hoeve4

“Een Hoeve aan de Grens”, juni 1960. Sjoke samen met haar broer aan tafel. Foto: H. A. Hagen

.

Een Hoeve aan de Grens

Het originele verhaal “Een Hoeve aan de Grens” is te lezen door op de titel te klikken. Er verschijnt dan een PDF.

Dicht bij de grens met de Belgische gemeente Meerle ligt in het uiterste zuiden der gemeente Nieuw-Ginneken een oude, merkwaardige boerderij. Men vindt haar onder het gehucht Grazen, even ten westen van de laatste scherpe bocht, die de weg Chaam-Meerle maakt vóór de rijksgrens. De hoeve behoort tot het Kempische langgeveltype en bestaat uit een woongedeelte met stal onder één rieten dak. De totale lengte van het gebouw is 20,75 m; het woongedeelte heeft een breedte van 7,50 m.

.

Hoeve1

Hoeve aan de Grens, juni 1960. Oostzijde. Foto: H. A. Hagen

.

Het gebouw

De stal springt ca. 2 m naar voren. De oost- en zuidgevel bevatten goede 17e-eeuwse kruiskozijnen. Boven in de zuidgevel zitten nog twee kleine vensters, terwijl daar ook een klein raam van de opkamer te zien is.

In de lage achter (west-)gevel staat boven het keldervenster een wit gekalkt kruis als afweerteken.

anti-duivelskruis

Foto: hhbest, 1955

.

Interieur

Het merkwaardige interieur der hoeve doet direct anachronistisch aan. Het eerst valt de oude schouw op, waaronder geen plattebuis staat, maar slechts een open haardvuur brandt, waarboven een waterketel die aan een “haal” is bevestigd.*1 Dit vuur dient de bewoners als warmtebron èn kookgelegenheid. In de hele boerderij is verder ook geen kachel of fornuis aanwezig. Daar de schouw breed is en in open verbinding met de buitenlucht staat wil het water bij hevige regen- of sneeuwbuien nogal eens naar binnen stromen. Door een gat in de achtermuur kan dit echter gemakkelijk weggebezemd worden. Naast de schouw zit een draaiboom, waarmede het boven het haardvuur gekookte veevoer naar de stal gedraaid kon worden.

Een “moos”, bijkeuken of iets dergelijks ontbreken. De vaatwas geschiedt in een hoek van het woonvertrek, waarbij het spoelwater via een gat in de muur naar buiten afvloeit. De watertoevoer is geregeld vanuit de put achter het huis door een uitgeholde boomstam, die dóór de muur is aangebracht. Met de putemmer wordt water in deze holte gegoten. De twee bijna 70-jarige bewoners, een broer en zuster,*2 zijn met deze situatie ten volle tevreden. Zij nemen alle ongerief, dat in onze ogen aan de bewoning van een dergelijk pand is verbonden, en voelen er zich gelukkig in.

.

Historie: perceel, pand en eigenaren

De vorm der hoeve, het metselwerk en de stijl der kozijnen, geven aanleiding haar te dateren op de zeventiende eeuw. Dank zij een onderzoek in het rechterlijk en administratief archief van Ginneken en Bavel en in de protocollen der vestkamer te Breda zijn we in staat over de ontwikkeling van de hoeve als agrarisch-industrieel complex en over de bewoners een en ander mede te delen.

We zullen zien, dat in de periode 1737-1845 een oliemolen bij de hoeve hoorde en dat de boerderij sedert meer dan acht generaties door dezelfde familie wordt bewoond.*3

Voor het eerst wordt zij in 1634 vermeld, toen Jan Anthonis Thiels van Hoodonck er voor één/derde eigenaar van was.*4 Daarna ontmoeten wij haar in een “gemaallijst” (belastingkohier) van 1671/1672, waarin geschreven staat dat het bedrijf twee paarden en vijf koeien bezat en dat er vier mensen op woonden.*5

Gezinshoofd was toen Michiel Adriaenss. Verhoeven, die rond 1610 was geboren en getrouwd was met een Strijbeekse schone, dochter van Adriaen Wouter Schellekens.*6 Van hun zoons Adriaen*7 en Comelis volgde de laatste zijn vader in het bedrijf op, vermoedelijk vóór 1688, in welk jaar een belastinggaarder als bewoners noteerde: man, vrouw en twee knechts en “een maeyken onder de 16 jaren”.*8

Comelis Michielss. Verhoeven, vóór 1737 overleden, had uit zijn huwelijk met Jenneke Peeter Beckers twee zoons: Adriaen en Peeter, en een dochter Jenneken. Na hun vader’s overlijden deelden de kinderen in 1737 de ouderlijke nalatenschap.

De twee zoons beslisten over de familiehoeve in die zin, dat Adriaen kreeg: de keuken, stal en de voorste helft van de schuur met de achterste helft van de turfkooi, de dries buiten de hof, enkele percelen land en de “onverdeelde helft van een slagoliemolenhuis met de standplaats”, gelegen tussen het huis en de schuur.

Peeter kreeg toebedeeld: “een kamer scheydende op de middelschouw”, de achterste helft van de schuur, de voorste helft van de turfkooi, de gehele schaapskooi en een perceel land met de helft van de oliemolen.

De dochter Jenneken ontving o.a. de helft van een huis te Chaam op Ginderdoor.*9

Vier jaar later droeg Peeter zijn aandeel in de ouderlijke hoeve aan Adriaen over, zodat deze volledig eigenaar werd.*10

Genoemde akte van 1737 leert ons twee opmerkelijke zaken: het bestaan van een slagoliemolen*11 en de aanwezigheid van een schaapskooi. Dat op deze hoeve, gelegen achter de grote heide van Strijbeek, schapen werden gehouden, ligt voor de hand. De aanwezigheid van een oliemolen is minder gewoon en zou kunnen wijzen op een redelijk grote teelt van raapzaad of koolzaad op de hoeve of in haar omgeving. Dank zij de oudste kadastrale opmeting van 1826 *12 is de plaats van de oliemolen nauwkeurig bekend; deze stond op een of twee meter afstand ten westen van de hoeve. Daarachter en daarnaast bevonden zich toen schuur en turfhuis. Zoals enkele alinea’s verder zal blijken werd de oliemolen door een paard voortbewogen, anders dan de nabije Goudbergse molen op Strijbeek, die zijn kracht van de wind ontving.

.

Familiegeschiedenis: huwlijken, kinderen, knechten

Adriaen Cornelis Verhoeven, met Catharina Gybs gehuwd en vóór 1750 overleden,*13 hield er in 1741 een knecht en twee schepers op na en in 1756 drie schepers.*14

Hij had behalve een jonggestorven zoon Antony nog twee zoons: Cornelis en Michiel, resp. in 1730 en 1736 geboren. Laatstgenoemde trouwde met zijn moeders dienstmeid*15 en de eerste volgde zijn vader als eigenaar op. Een en ander vond zijn beslag in een deling van 1760, waarin Cornelis toegewezen werden: huizinge, stal, “olyemolen met het getimmerte”, schuur, torfkooi, hof, boomgaard, zaai- e~_ weiland.

Met broer Michiel behield hij gemeenschappelijk het Visven en hooiland in de Crogten onder Teteringen.*16

Evenals bij Koekcl.berg*17 zien we ook hier weer, dat de Ulvenhoutse boeren gebrek aan grasland hadden en het benodigde hooi heel ver moesten halen. Cornelis Adr. Verhoeven trouwde met de dienstmaagd van de hoeve, Elizabeth Geerden uit Kastelree en hield er in 1761 één meid en een scheper op na, in 1762 twee knechts en één meid. Het boerenechtpaar had zes kinderen, tussen 1762 en 1776 geboren, nl. twee zonen Adriaen en Gerard en vier dochters: Catharina, Janna, Maria en Anneken.*18

Adriaen schijnt jong en ongehuwd overleden te zijn, waarna Gerard hoeve en oliemolen bleef exploiteren. Hij stierf 82 jaar oud in 1845.*19 Het bedrijf ging hierna over op een zoon van zijn zuster Maria, die met Henricus Janssen gehuwd was: Cornelis Janssen. Bij koopakte dd. 12 juni 1845 verkreeg deze: “eene bouwmansstede, bestaande in huizinge, stal, schuur en verdere gebouwen, met erven en hof, benevens daarbij behorende bouw- en weilanden, mast- en schaarbosschen en heivelden samen groot 26 bunder 95 roeden 68 ellen,” voor een koopsom van f 4100,-. De hoeve was toen nog belast met een cijns van f1,70 per jaar aan de Domeinen van prins Frederik.*20

De oliemolen wordt in deze akte niet meer vermeld. Vermoedelijk is deze kort tevoren buiten gebruik gesteld, want tot 1836 komt hij nog voor in de patentregisters, in 1815 en 1819 als olij paardenmolen op naam van Gerard Verhoeven, in 1836 op naam van de kinderen C. Verhoeven.*21 Het feit, dat de patentregisters van 1859 en latere jaren evenmin van een oliemolen gewag maken maakt het waarschijnlijk, dat deze bedrijfsvorm ook later niet is hervat. Het verdwijnen van deze kleine agrarische tak van nijverheid kan een gevolg geweest zijn van de opkomst der industrie, die veel goedkoper olie kon bereiden uit geïmporteerde tropische olieplanten.*22

.

1968

Nog zijn het Cornelis’ kleinkinderen (Sjoke en haar broer [A.J.]), die de hoeve bewonen. Nadat het dierbaar familiebezit tijdens de tweede wereldoorlog in verval was geraakt, hebben zij het complex in 1949 deskundig laten restaureren. Met de aanwijzingen van het Hoofd Openbare Werken der gemeente Nieuw-Ginneken, de heer C. A. B. Dekkers, heeft de Bredase aannemersfirma Louis van den Maagdenberg vóór en zijgevel met het rieten dak stijlvol vernieuwd.*23

Zowel uit- als inwendig maakt alles thans een goede indruk, zodat de hoeve bij een passende bewoning nog lang een sieraad kan blijven vormen in het mooie landschap der gemeente NieuwGinneken. (Uit: Jaarboek De Oranjeboom 21, 1968)

.

.

Aantekeningen, behorend bij de tekst “Een Hoeve aan de Grens”

01. Buiten de hier afgedrukte illustraties vindt men nog fraaie foto’s bij het artikel “Luxe van tweehonderd jaar her” in de Katholieke Illustratie jrg. XCV (1961), no. 43, p. 45-47.

02. De laatste tijd vergezeld door een ongehuwde neef A. C. J. Jansen.

03. Deze acht generaties zijn:

  • 1. Michiel Adriaenss. Verhoeven, geb. ca. 1610.
  • 2. Cornelis Michidss. Verhoeven, over!. v66r 1737.
  • 3. Adriaen Corneliss. Verhoeven, over!. v66r 1750.
  • 4. Comelis Adriaen Verhoeven, 1730-1804.
  • 5. Maria Comelisdr. Verhoeven, geb. 1774, tr. Henricus Janssen.
  • 6. Comelis Jansen, geb. 1814, tr. Johanna Maria Verhoeven.
  • 7. Antonius Marijnus Janssen, geb. 1853, tr. Adriana Comelia Deckers.
  • 8. Johannes C. Jansen, geb. 31 maart 1899. Sedert 1965 woont in diens neef Antonius Cornelis Johannes Jansen, geb. 22 feb. 1928.

04. ’t Rijksarchief ’s Hertogenbosch, Archief rentmeester domeinen Breda n’o. 1137 (ao. 1634), fo!. 81v en 1138 (ao 1725), fo!. 254v.

05. GA Nieuw-Ginneken, oud-archief Ginneken en Bavel no. 180; L. Merkelbach van Enkhuizen en A. Hallema, Geschiedenis der gemeente Ginneken en Bave1 (Utrecht 1941), p. 213.

06. Blijkens een op 18 oktober 1680 voor schepenen te Breda afgelegde attestatie over wederkerige heffing van belastingen door de dorpsbesturen van Chaam en Ginneken op elkaars grondgebied. GAB, Archief Hoofd- en Leenbank no. 192.

07. Zie over Adriaen een contract van uitkoop dd. 15 nov. 1683, genoemd in een acte van 12 maart 1700 in GAB, R Ginneken 71, fo!. 144. Adriaen was v66r 1683 overleden, waarna zijn weduwe Jenneken Gerit Blocken met Jan Cornelis van Arendonk was hertrouwd.

08. GA Nieuw-Ginneken, oud-archief Ginneken en Bavel no. 113. Cornelis Michielss. Verhoeven was op 16 okt. 1686 te Chaam gehuwd met Joanna Peters; Beckers. Eerst op 28 maart 1702 gaven regenten van Chaam een borgbrief voor haar af aan het dorpsbestuur van Ginneken. GA Nieuw-Ginneken, oud archief Ginneken en Bavel, ged. arch. no. 41.

09. GAB, R Ginneken 90, fo!. 40-43v.

10. GAB, R Ginneken 91, fa!. 47-47v.

11. Een slagmolen is volgens Van Dale (8e druk, 1961, p. 816) een “maalwerktuig, waarin de stof wordt verbrijzeld door een wentelend lichaam in een smalle ruimte”. Volgens het Middelnederlands Woordenboek VII (1912), ko!. 1194 is een slagmolen (altijd?) een oliemolen.

12. Zie bijgaand kaartje, vervaardigd door de dienst gemeentewerken van NieuwGinneken. Op het kaartje is de Grazenseweg geprojecteerd, die eerst (veel?) later is aangelegd.

13. GAB, R Ginneken

14. Acte dd. 2 november 1750. H GA Nieuw-Ginneken, oud-archief Ginneken en Bavel no. 182 en 183, gemaaIlijsten 1741, 1745, 1756; zie ook die van latere jaren.

15. Alsvoren no. 184, gemaallijsten 1758 (“Helena Mouwen de meid”) en 1759: Michiel Verhoeven en Helena Mouwen “de vrouw”.

16. Hl GAB, R Ginneken 94, fo!. 151-156, acte dd. 24 juni 1760.

17. Zie mijn opstel in dit Jaarboek XVII (1964), p. 106-107.

18. Zie GA Nieuw-Ginneken, oud-archief Ginneken en Bavel no. 184 en 185, gemaallijsten 1762-1784. 99 Jaarboek De Oranjeboom 21 (1968)

19. GA Nieuw-Ginneken, Nieuw archief Ginneken en Bavel no. 1583, wijkregister 1839, blad 104 (Grazen Hno. 2). Met Gerard woonden toen nog in het ouderlijk huis samen zijn zusters Catharina en Johanna en als knecht Johannes Jansen uit Chaam.

20. Hypotheekkantoor Breda, register van overschrijving dl. 93/57, acte verleden voor notaris Jonckheer te Ginneken.

21. GA Nieuw-Ginneken, nieuw archief Ginneken en Bavel no. 1552. De huisnummering was in 1815/1819: Grazen K 265, in 1826 Strijbeek I 265, in 1836/1839 H 2 en in 1845 H 19. De molen was in 1836 aangeslagen in klasse 14 A.

22. In België was de teelt van oliehoudende gewassen (o.a. koolzaad) in 1846 nog zeer verspreid en nam daarna nog enigszins toe. Na 1866 kwam zij er tot verval door de opkomst van petroleum en de invoer van aardnoten- en palmolie. – Algemene Geschiedenis der Nederlanden X (1955), p. 219.

23. Foto’s van de toestand der hoeve v66r de restauratie bevinden zich in het dossier der betrokken bouwvergunning in GA Nieuw-Ginneken, reg. no. – 1.778.511.

.

Wellicht is de schrijver van het verhaal niet zo nauwkeurig met het corrigeren. In te veel gevallen staan er tikfouten, of schrijffouten. Ook in de stamboom. Het zou zo kunnen zijn:

03. Deze acht generaties zijn:

  • 1. Michiel Adriaenss. Verhoeven, geb. ca. 1610.  (opm.: Michiel is de zoon van Adriaen)
  • 2. Cornelis Michielss. Verhoeven, over!. v66r 1737.
  • 3. Adriaen Corneliss. Verhoeven, over!. v66r 1750.
  • 4. Cornelis Adriaenss. Verhoeven, 1730-1804.
  • 5. Maria Cornelisdr (dochter van Cornelis). Verhoeven, geb. 1774, tr. Henricus Janssen.
  • 6. Cornelis Janssen, geb. 1814, tr. Johanna Maria Verhoeven.
  • 7. Antonius Marijnus Janssen, geb. 1853, tr. Adriana Cornelia Deckers.
  • 8. Johannes C. Janssen, geb. 31 maart 1899. Sedert 1965 woont in diens neef Antonius Cornelis Johannes Janssen, geb. 22 feb. 1928. Op de foto’s en in dit hele verhaal zien we een vrouw, die J.P. Jansen heet, volgens de papieren, Johanna Petronella en er wordt in de stamboom geen melding van gemaakt. Wel is bekend dat zij samen met haar broer op de boederij woonde. Die broer was dus Johannes Cornelis Janssen, geboren in maart 1899, dus een jaar voor Johanna Maria, Sjoke. Op de foto’s in dit blogbericht zien we Sjoke samen met een man, die haar broer moet zijn. De foto’s zijn van 1960, en de neef kwam in 1965.

 

Capture1

De Hoeve Grazenseweg 3, Nieuw-Ginneken met omgeving. Minuutplan van het kadaster, sectie F. 1826. no. 438 = hoeve – 438a = oliemolen.

.

 

Capture

De Hoeve Grazenseweg 3, Nieuw-Ginneken met omgeving. Minuutplan van het kadaster, sectie F. 1826. no. 438 = hoeve – 438a = oliemolen. Uit: Jaarboek De Oranjeboom 21, 1968

.

.

Aanvullende informatie:

Website Galder-Strijbeek: Sjoke Jansen uit Strijbeek

.

.

.

.

.

Over Antoinette

Geboren in Nederland in 1948; volgde de opleiding Leraar Basisonderwijs aan de Kweekschool in Veghel, en rondde die af in 1968; via allerlei paden en wegen leidden geestelijke verdiepingen tot een andere visie op zijn en welzijn, en naar een nieuwe taak: de alternatieve gezondheidszorg. Verhuizing naar Noorwegen volgde in 2010.
Dit bericht werd geplaatst in Culturele antropologie, Schouwen en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.