Reizen

In een tweet op 17 juni 2016 werd melding gemaak van de chaos in de hal van Schiphol airport, op die vrijdag, met name bij de verkooppunten van treinkaartjes, en ook op het treinstation van Schiphol, vanwege een niet werkend computersysteem, waardoor niemand wist vanaf welk perron men waar naar toe kon, en hoe laat.

Schiphol

 

Het hele plaatje, tesamen met de voelbare stress en irritatie, riep herinneringen wakker aan momenten dat ik daar ergens zelf vertoefde, nog niet zo lang geleden, en ook overgeleverd was aan de gekte van ’n op één na druktste treinsysteem ter wereld (Japan is nummer 1). Een aardige conducteur op station Nijmegen, waar ik belandde voor een overstap naar Den Bosch, vanwege een enorme en vooral rare omleiding vanuit Schiphol, legde mij uit: “Nederland heeft geen trein-systeem, maar een metro-systeem. Alles is gefocused op zoveel mogelijk mensen op hetzelfde moment zo snel mogelijk op de plaats van bestemming te brengen.”

De tweet werd aanleiding maar eens te gaan schrijven wat mijn eigen ervaringen zijn met reizen, met openbaar vervoer, wegen, drukte, chaos, gekte. Ook hoe dit in Noorwegen geregeld is. Een groter contrast is niet denkbaar.

.

Auto

Het reizen met de auto omvat een periode tussen de eerste keer, in de winter van 1952/1953, in een chique zwarte glimmende taxi naar de huisarts in Gemert omdat ik een gat in mijn hoofd had, opgelopen bij een val op het ijs, tot aan het moment dat ik mijn eigen autootje had afgeleverd bij de garage, in juli 2006, en te voet naar huis wandelde, in een zonovergoten Uden. Ik rijd sinds 2010 af en toe nog wel eens auto, in Noorwegen, maar dat is een geleende auto. Aangezien ik geen glattkjøringskurs (spreek uit: glatsjuiringskoers) heb gevolgd durf ik n.l. geen auto te rijden in de winter, vanwege onbestrooide en dus gladde wegen, die via spijkers in winterbanden berijdbaar zijn, maar toch…. Liever niet. Ik weet nu al dat ik zelfs met een slip-cursus geen auto instap. Noren rijden als gekken over gladde wegen, maar zijn ermee opgegroeid. Ik niet. Ik krijg al buikpijn wanneer ik in de winter naast iemand zit in een auto, op zo’n gladde weg, en er wordt tachtig gereden. Ik zou het niet durven. Het kan hier ook wel, eigenlijk, omdat het hier niet druk is. Je hoeft (meestal) niet plotseling op de rem, je ziet het op tijd aankomen. Maar owee, wanneer er bijvoorbeeld plotseling een Noorse moose oversteekt, of een rendier. Dan ga je. Hier een leuke video:

.

.

Een auto aanschaffen hier om er zes maanden per jaar gebruik van te maken is geld weggooien.

.

Een dorp met één auto-eigenaar

Terugkijkend naar mijn eigen auto-tijdperk, besef ik dat ik de constante uitdijing van het aantal auto’s op de weg heb meegemaakt. In de jaren vijftig was er slechts één auto-bezitter in het dorp “De Mortel”: kleermaker Van Zeeland. Het was een ware belevenis wanneer die auto langs kwam rijden, wanneer de kleermaker op weg ging naar zijn klanten. Hoe anders is het nu, in 2016: alle wegen in Nederland zijn overvol, ook ’s nachts is er een constante verkeersstroom. Straten van dorpen en steden worden compleet opgevuld met geparkeerde auto’s.

.

Rijles, en een auto naast het huis

Een nieuwe periode van reizen met de auto brak aan toen ik rijles ging nemen, en zelf leerde auto rijden toen ik achttien werd. Ik had geen auto, kon me die niet permitteren van wege het gebek aan geld, maar mijn moeder vond dit waarschijnlijk passen bij mijn opvoeding. Ik trouwde enkele jaren later en er kwam daarmee ook een auto in mijn leven, mocht daarmee rijden, wanneer die beschikbaar was. Ik was dan wel getrouwd, maar dat betekende niet dat je, behalve het aanrecht, (en dat is niet vervelend bedoeld richting mijn man toen, want zo waren we allebei opgegroeid en opgevoed, met dit gegeven) en ander huishoudelijk werk, nog een ander recht zou hebben, en dus de auto zou kunnen delen, samen. Het is in 2016 niet meer voor te stellen wat vrouwen van mijn leeftijd vijftig jaren terug allemaal normaal vonden. Ook al was je werk verder weg en moeilijker bereikbaar dan het werk van je echtgenoot: je had het recht niet om die auto te vragen, en geen vrouw die er ook maar over dacht hierover in debat te gaan. Hoe je als vrouw op je werk terecht kwam was haar eigen zorg en soms een echte puzzel. De vanzelfsprekendheid dat de vrouw de mindere is en dus maar met de bus moest gaan, of met de fiets, of maar met iemand mee moest proberen te reizen, of een andere baan nemen, vormde een onoverbrugbare blokkade in het denken van de vrouw en de man, en daarom was er niet eens een discussie over.

.

Een auto voor mijzelf

Een opmerkelijk moment was dat ik, toen ik weduwe werd, de auto van mijn overleden man inruilde voor een veel kleinere auto, in 1990. Dat werd echt mijn eigen auto. Dat bracht een enorme vrijheid. Deze heb ik tweedhands aangeschaft en er probleemloos maar vooral met plezier mee rond gereden tot in juli 2006.

.

Een eigen auto, maar ook openbaar vervoer

Een ander moment in dat auto-tijdperk kondigde zich niet veel jaren later aan, toen ik besloot niet meer over de A2 of A16 te rijden om bij mijn kinderen in de randstad op bezoek te kunnen gaan. Ik was totaal over de rooie, zoals Brabanders dat zeggen, wanneer ik eindelijk arriveerde: in Amsterdam, in Rotterdam, in Utrecht. Voor de deur. En dan moest de dag eigenlijk nog beginnen. De reis terug daarna ook weer, over diezelfde wegen, met dezelfde gekte. Hoe doodop val je dan eindelijk in je lege bed, laat in de avond, als alleenstaande ouder. Het werd dan ook noodzakelijk dat ik voor bepaalde trajecten gebruik ging maken van het het openbare vervoer, althans voor de reizen naar steden, ver weg, om de snelwegen te vermijden. De auto gebruikte ik dan om bij het trein station te komen, en na terugkeer weer eenvoudig in te stappen, naar huis.

Dit bleek een zeer gelukkige keuze: ik ging weer genieten van het reizen, eindelijk kon en kan ik weer om mij heen kijken, net zoals vroeger, in de jaren vijftig. Ik moest wel wennen aan het gekakel in de tweede klas afdeling en ik heb lange tijd gebruik moeten maken van de eerste klas optie, omdat ik ook worstelde met overgevoeligheid, als gevolg van diepgaande levensprocessen, en me niet kon afschermen. Die levensprocessen, bewustwordingsprocessen, geestelijke groeiprocessen, waren al heel lang gaande, al vanaf mijn 28, doch door de omstandheden waarin ik moest leven konden die nooit echt doorzetten en dat maakte het heel erg moeilijk. Iedereen die hier doorheen is gegaan weet dat die een ongelooflijke kwetsbaarheid met zich meebrengen, een niet uit te leggen moeheid, terwijl je toch moet funktioneren in een wereld die totaal geen begrip heeft hiervoor, erger: je wordt voor gek verklaard, niet hardop, nee, maar ik zag het in de ogen, en hoorde het hun denken. Dus werd mijn antwoord: “Goed!” wanneer er een vraag was hoe het met mij ging, en begon ik heel duidelijk contacten te mijden, te filteren, en vooral mijzelf af te zonderen. Daar en toen leerde ik al alleen te leven met mijzelf, wat mij hier in Noorwegen goed uitkomt. Meer hierover is te lezen in “beschouwingen”.

.

Heroïsche auto-momenten

Er waren in de negentiger jaren ook diverse schouderklop-momenten, zoals de reis met de eigen auto en een van de buren geleende caravan, samen met drie pubers, helemaal naar Annecy, in Frankrijk, in 1990. Ik als de enige chauffeur: mijn man was eind 1989 plotseling overleden. Het was de eerste vakantie met ons vieren, niet met ons vijfen. Ik heb wel een gratis cursus gehad voor het rijden met een caravan: een andere buurman is speciaal met mij meegereden naar Zuid Limburg, met de caravan aangekoppeld, om zo te leren hoe te schakelen en gas te geven, te keren, enz. enz. op een heuvelachtig terrein. Daarna heb ik nog diverse malen geoefend op plat terrein, over Brabantse A-wegen en B-wegen en nam mijn vader vaak mee op die tochten. Hij genoot er van, meestal, maar soms waren er ook spannende momenten: daar waar geen weg terug is en geen keer-punt-mogelijkheid. Het is allemaal goed gekomen. Ik was niet bang, en deed geen domme dingen. Mijn wil om niet bij de pakken neer te gaan zitten was enorm sterk. Mijn vader was trots op me.

Andere momenten waren het rijden met een aanhanger vol met spullen vanuit Brabant naar de stad waar die spullen naar toe moesten: de kinderen gingen op kamers. Ook dat is mij gelukt. Van deur tot deur. Rijden in grote steden, met een aanhanger. Zo.

.

Auto-loos tijdperk

Sinds juli 2006 heb ik dus geen eigen auto meer. Het leverde direct geld op, beter gezegd: ik spaarde enorm veel geld uit en kwam eindelijk een stuk boven de risico grens naar rood staan uit. Nee, ik was en ben geen verspiller. Mijn inkomen is echter beneden modaal en dat is een gegeven dat heel weinig mensen ooit hebben willen geloven. Ik heb altijd op moeten letten wat ik uitgeef, en of iets echt nodig is. Hierdoor lukt het mij om in het drie keer zo dure Noorwegen te wonen, en toch geld over te houden voor reizen. Ik draag wel tweedehands kleding. Ondergoed van Hema. Sportkleding van Scapino. Schoenen van Scapino. En in Noorwegen loop ik heel graag bij Fretex binnen, een winkel in Gol (Goel, g als de g van het Engelse good), met werkelijk betere tweedehands kleding dan in menige kledingzaak nieuw uitgestald hangt, en daarbij goedkoper dan die nieuwe van mindere kwaliteit.

.

Trein

Met een trein reisde ik nooit, vrijwel nooit, totdat het een noodzaak werd, toen de autosnelwegen te vol en te stressig gingen worden. Vroeger, zo’n vijftig jaren geleden, herinner ik mij, was het meubilair in treinen absoluut niet comfortabel. Toch hield ik en houd ik van treinen, kon en kan enorm genieten van voorbij razende treinen, wanneer ik bijvoorbeeld moest of moet wachten voor een spoorwegovergang, of er een TGV voorbij kwam flitsen tijdens een wandeling door Franse velden, in de tijd dat wij als compleet gezin daar met vakantie waren, in een gîte.

Wat dat precies was, die aantrekkingskracht: ik weet het niet. Het kan mijn verlangen naar reizen zijn geweest, na een te lange tijd als het ware opgesloten te zijn geweest in een dorpje, waar geen ontsnappen mogelijk was, ook al probeerde ik dat als meisje van drie, door weg te lopen van huis, naar ergens heen waar ik niet van kon zeggen waar dat was.

Het kan ook zijn dat de voortbewegende massa van staal op staal een energie opwekte, en verder deed trillen, resoneren, ook qua geluid. In feite was het een gruwlijke herrie, maar de kleur van de trein, de keurige rang-orde van de wagons, en vooral de indrukwekkende zware, robuuste locomotief die voorop ging en alles heel gemakkelijk met zich meenam, maakten het voor mij tot een soort muziek. Ook de mensen erin. Het idee van zittende mensen, in een rij, achter elkaar. Onderweg. Met die snelheid. Die rotgang.

In 2008 ben ik gaan reizen naar Frankrijk, met de internationale trein, via Roosendaal, Antwerpen, Brussel, en zo verder. Ik ben de reizen ook gaan filmen. De nieuwe filmcamera was net voor mijn vertrek aangeschaft en had niet de tijd die uit te testen. Dat is rampzalig gebleken. De verkoper kende dit nieuwe type niet en dus ging ik met een camera op reis waarin geen digitale kaart aanwezig was. Wat vreselijk! Ik heb op de terugreis zelfs op de stoel van de machinist mogen plaats nemen terwijl die trein vertrok vanaf Nancy. Geen beelden dus. Gelukkig heb ik ook een foto gemaakt, die camera kende ik en wist dus hoe en wat.

Nancy

Foto genomen in de cabine van de machinist, station Nancy, richting Metz.

 

Filmen maakt het reizen ook bewuster, net zoals je bewuster wordt door fotograferen. Het is allemaal amateur werk, ook het editen via toen nog Windows Movie Maker, wat gestretchte beelden opleverde. Later kocht ik een echt editing-programma: Pinnacle 14. Filmen zonder standaard of statief is niet eenvoudig. Je moet tijdens het reizen toch al zoveel meenemen en dan ook nog een uitrusting aan apparatuur meenemen voor perfecte beelden, dat ging niet. Dus moest er echt getraind worden in bewegingloos filmen, zonder trillen. Vaak waren de armen moe van het sjouwen van zware bagage, en trilden ze door overbelasting. Je vindt oplossingen. Maar perfect is het nooit. Deze is van 2009, van de laatste reis terug naar Nederland, vanaf Ecolonie. Ik was diverse keren in Ecolonie geweest, en wilde zelfs in Frankrijk gaan wonen, in Hennezel, of er in de buurt, en daar, in Ecolonie, vrijwilligerswerk doen. Het liep allemaal anders. Een jaar later stapte ik in Eindhoven in het vliegtuig naar Oslo.

.

.

Dat er een kern van waarheid schuilt in wat ik schreef over de redenen van mijn fascinatie voor treinen, is het feit dat ik, sindsdien ik ook vlieg, en dus weet hoe het is om met een nog grotere snelheid, met een nog grotere en meer spectaculaire herrie en acceleratie over de startbaan te daveren en te denderen, zowel bij de take-off als bij het landen, door een toenemend donderend geweld vanuit motoren en banden, en bij het landen ook het afremmen, is de sensatie bij het horen en ondergaan van een treinreis, totaal verdwenen.

Video: mijn eerste vliegreis. 31 Juli 2010, vanaf Eindhoven airport, naar Oslo, Rygge, met een vliegmaatschappij waar ik geen gebruik meer van maak vanwege gegronde redenen die door KRO’s Brandpunt Reporter in een schokkende documentaire zijn vastgelegd: Mayday Mayday. Maar dat was nog niet bekend, toen ik een ticket kocht.

Het was heel wat: ik heb hoogtevrees, maar zat toch aan het raam. Ik wilde zien wat ik nog nooit eerder gezien had. Ik was wel gestresst in het begin, een vreemd gevoel moest overwonnen worden: nog nooit eerder kwam ik echt los van de aarde. Het werd een wonderlijke ervaring van intense schoonheid. Vooral het boven de wolken uitkomen, in die zee van licht en ruimte zijn was (en is) adembenemend mooi.

.

.

Bus

Als kind reisde ik al wel eens met de bus, in de jaren vijftig. Samen met mijn moeder en broer(tje) en zussen (zusjes). Moeder zelfs ook een keer een kinderwagen voortduwend, in gestage tred. Er was geen auto, geen bus-verbinding tussen De Mortel waar ik woonde en dat grotere dorp, Gemert, vanwaar de bus naar Nistelrode vertrok, via Uden, alwaar een overstap was. Later, toen we allemaal een fietsje hadden, fietsten we naar Gemert en konden onze fietsen gratis parkeren bij de familie Otten, de Otten van de winkel, in Gemert. We zijn als gezin ook wel met de fiets helemaal naar Nistelrode gefietst, en dan bleven we daar slapen. Bij oma, en de tantes. De boerderij daar had zelfs een bedstee en ja, ik heb dus in een bedstee geslapen. Wat indrukwekkend! Slapen in een grote muurkast, met deuren die op een kier bleven als je erin lag. Heel erg beschermd voelde dat.

Foto: een BBA bus. Bron.

BBA museumbus SVA Volvo-Verheul. Website.

BBA museumbus SVA Volvo-Verheul. Website.

Wanneer die bruine BBA bus of blauwe Zuidooster verscheen op het Ridderplein, was er een nieuw gevoel dat ik geen naam kon geven. Over gevoel werd er niet gepraat. Hoe kon je er dan woorden voor vinden? In mijn herinneringen terug kijkend en voelend zou men dit nu sensatie noemen. Het was sensationeel, zo’n bus, zo’n grote auto, eigenlijk, met twee rijen zitbanken, een conductrice die kaartjes kwam controleren. Wat een feest om te reizen met een bus. Landschappen te zien voorbij komen. Het maakte een diepe indruk op me. Wanneer ik vanuit dit moment een enorme sprong voorwaarts maak in de tijd dan is wat ik heb ervaren in een busreis, als kindje, vergelijkbaar met alles wat ik onderging met reizen met een vliegtuig. Normaal gesproken zagen we  nooit iets bewegen, tenzij de “hogkoar” met de Belgische knol ervoor langs kwam, over de met klinkers bestrate Kastanjelaan. Daardoor kon je paard en wagen al van ver horen aankomen.

hogkoar

“Hogkoar”. Bron: Brabants Dorpsleven, prentbriefkaarten

Er kwam ook wel eens een grote kudde met schapen voorbij, geleid door schaapsherder Willem van der Zanden, of mensen op de fiets, die van veraf gelegen boederijen kwamen en nog verder door moesten, naar Gemert meestal, of die ene auto, die van de kleermaker, Van Zeeland. TV was er nog niet, alles stond stil, of had een heel langzaam natuurlijk tempo, zonder haast. Wanneer je zelf fietste kon je zelf beweging maken, vaart maken die zelfs verhoogd kon worden. Die snelheid was niks vergeleken met die van een bus, dan kwam er beweging zonder dat je iets hoefde te doen. Dat is nog steeds een aangenaam gebeuren: zonder inspanning voortbewogen te worden, verplaatst te worden van A naar B. Terwijl ik dit schrijf is het er nog. Weet ik mijzelf nog zitten, met mijn neus dicht bij het raam, in die bus, en mijn gevoel in die landschappen, tegelijkertijd toch beseffend vanwaaruit ik keek: het raam van de bus. Ik reisde bewust. Ik heb het in feite gefilmd, met mijn geheugen, en de enige manier om die film te laten zien is erover te schrijven.

Toen ik naar de kweekschool ging in Veghel, een tiental jaren later, in de zestiger jaren dus, was er weer de BBA bus, die ook, net als nu in 2016 (ook dit ervaar ik wanneer ik in Nederland terug ben), meestal overvol was op de spitsuren: ook toen waren er al spitsuren. Wanneer het al eens regenweer was waren in een mum van tijd alle ramen totaal beslagen, door een overbeladen bus: iedereen moest mee. Extra bussen waren er niet. De natte jassen begonnen als het ware te dampen. Jassen die nauwelijks een schoonmaakbeurt kregen, misschien wel nooit, maakten het reizen, vaak staande, op elkaar gepropt samen met al die anderen, tot een onaangename bijna vieze verplichting. We probeerden de reistijd te korten door gesprekken aan te gaan met elkaar. Eenmaal in Gemert moest er dan vervolgens nog een kwartier lang gefietst worden, naar huis. Je wist niet beter.

.

Fiets

De fiets is een erg belangrijk vervoermiddel in mijn leven. Ik fiets al vanaf mijn vierde en herinner mij zelfs de eerste fiets”les”. Omdat ik in De Mortel woonde en dus geen andere optie had om in Gemert en verder te komen dan de fiets, trainde ik mezelf. Dit maakte het ook dat ik zelfs, jaren later, kon fietsen met een kind voorop, een kind achterop, zelf ook nog eens zwanger, toen, in 1975, bovendien nog tassen aan het stuur. In het jaar 2006, toen ik mijn auto had weggedaan, startte er een nieuwe fiets-periode. Het was vaak afzien, tijdens boodschappen doen bij kou, regen, en veel wind, naar de sportclub, maar het ging goed, en in zekere zin genoot ik er van. Ik verdiende er geld mee, in principe. Onlangs heb ik ook hier in Noorwegen een fiets aangeschaft. Een mountain-bike.

IMG_4787

 

Fietsen verleer je nooit, je spieren moeten echter wel weer opnieuw op gang gebracht worden. Het is een genot om te fietsen met veel versnellingen die met enkele kliks gewijzigd kunnen worden. Ik draag hier ook een fietshelm. Dat is verplicht, voor jong en oud. Maar, je voelt het niet dat je die draagt en het geeft een erg veilig gevoel. Ik cross door bossen, en over fietspaden. Wat een vrijheid. Wat een geluk! Genieten! Een wens is om deze zomer te starten met een deel van de niet voor niets vermaarde Rallarvegen. Deze fietsroute gaat dwars door nationaal park Hardangervidda.

.

Weer de bus

Ik reisde dus ook weer met de bus, toen ik mijn auto weggedaan had. Dat was inmiddels ook een totaal andere ervaring geworden. Wat een comfort!

Video: een busreis, zelf gefilmd, amateur beelden dus, maar prima om een indruk te geven hoe veerkrachtig een bus is, en hoe je als het ware gewiegd wordt, en op de plek arriveert waar je wilt zijn:

.

.

Overstappen en wachttijden

Ook het kunnen uitpuzzelen van reis-schema’s via internet creëert een aangenamer reizen, zeker wanneer er ook nog eens aansluitingstijden met vertrekkende treinen uitgezocht moesten worden. Ook: wat te doen met wachttijden? Waar kun je een kop koffie drinken? Klinkt vreemd wellicht voor stedelingen, maar een kop koffie kunnen drinken, ergens in een warme ruimte in hartje winter, in de stad Oss, vlakbij trein- en busstation, dat is niet zo eenvoudig gebleken. Soms zat er niets anders op dan maar te wachten. Buiten. In de kou, regen, wind, en dat terwijl je al kapot was van alle hectiek die reizen met het openbaar vervoer met zich meebrengt. Zodra je zat was het goed. Maar zitten in het openbaar vervoer is niet gegarandeerd. Steeds vaker moet ik staan.

.

Nederland: Tijdgebrek, Haast, Chaos en Stress

Reizen in Nederland is topsport. Rennen, draven, hollen, aanpassen aan vertragingen, treinen die uitvallen, of treinen die niet voldoende wagons hebben en je dus moet staan, ja, want Nederland was inmiddels ook op een andere manier veranderd: kinderen zijn moe, moeten zitten, en nee, er is geen kind dat geleerd heeft op te staan voor ouderen. Mijn haren zijn niet grijs genoeg, heb  nog niet te veel rimpels, ik loop niet met een stok, ik heb dus niet de typische kenmerken van een oudere, van een noodlijdende. Ze zouden me wellicht vragen mezelf te legitimeren via mijn paspoort of ik inderdaad boven de 65 ben. Terwijl mijn benen schreeuwden om een stoel.

Dat rennen, draven, hollen, is iets dat start zodra je na een reis vanuit het meest rustige land ter wereld, Noorwegen, een voet zet op Schiphol. Daar begint het. Of je wilt of niet: je wordt erdoor besmet, direct, en je begint te rennen, want wellicht kun je dan die of die trein ook nog halen zodat je een kwartier eerder op de plek bent waar je moet zijn.

Op station Haarlem bijvoorbeeld vertrekt elke tien minuten een dubbele bus, de rode bus, richting Schiphol, en hoewel je weet dat er over tien minuten alweer een bus staat, ga je hollen, met zijn allen, richting bus. Die bus. Want het is raar: tijdgebrek ontstaat in Nederland, zodra je landt, terwijl de dag in Nederland net zo lang is als in Noorwegen.

De video hier start op een moment dat de documentaire van de VPRO uit gaat leggen hoe het treinverkeer in Nederland werkt. Heel goed om te weten, en te begrijpen waarom er wel eens iets mis kan gaan. Hoe haastig we zijn, Nederlanders, en hoe veel we verwachten van een overbelast systeem.

.

 

.

Noorwegen: Tijd Genoeg, Rust, Orde en Ontspanning

Dat tijdgebrek valt pas weer van je af wanneer je landt op Gardermoen, in Oslo. Daar is die weldadige rust die me altijd weer verwelkomt, begroet, in de armen neemt, en mij de ruimte geeft, om te ademen, te zijn die ik ben, en te weten, dat het goed is dat ik niet meer in Nederland woon.

Zeeën van tijd, om ergens te zitten, iets te drinken en te eten, en te wachten op de trein naar Oslo centraal, om daar dan over te stappen met alweer die zeeën van tijd, op de trein die door de meest fantastische Noorse landschappen heen slingert: de Bergensbanen, de beroemde treinroute tussen Oslo en Bergen.

.

.

De Noren hebben het ook anders geregeld: zitplaatsen voor de trein worden online gereserveerd en betaald, en daardoor is er nooit kans op moeten staan. Het kan zijn dat een trein volgeboekt is, dat je dus niet mee kunt, en moet boeken voor de volgende. Dat is pas vele uren later. Noorwegen is dun bevolkt, en daarom rijden er veel minder treinen. Slechts vier maal per etmaal kun je vanaf Oslo vertrekken naar de plek waar ik moet uitstappen. Op tijd reserveren (ik doe dit maanden voor ik ga reizen) is dus noodzakelijk, doch een kleine moeite. En qua kosten toch vergelijkbaar met Nederlandse prijzen, terwijl Noorwegen over het algemeen drie keer zo duur is.

Mocht je ooit echt willen genieten van reizen met het openbaar vervoer, met de auto, met de fiets, of wandelend, ga naar Noorwegen.

.

 

.

Aanvullende informatie

 

 

 

 

Over Antoinette

Geboren in Nederland in 1948; volgde de opleiding Leraar Basisonderwijs aan de Kweekschool in Veghel, en rondde die af in 1968; via allerlei paden en wegen leidden geestelijke verdiepingen tot een andere visie op zijn en welzijn, en naar een nieuwe taak: de alternatieve gezondheidszorg. Verhuizing naar Noorwegen volgde in 2010.
Dit bericht werd geplaatst in Reizen en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.