Een Noorse cult

Het woord “cult” is verbonden met rituelen, met een geloof, een god of afgod. Een dwangmatige (onnatuurlijke) vanzelfsprekendheid verwacht van een groep, of een volk, dat men er aan mee doet, het goedkeurt. Dat gebeurt ook, om “erbij” te horen. Vanwege het gegeven dat er geen kritiek geuit mag worden, en er een blind gevolgde blinde leiding aanwezig is, zelfs al is de autoriteit abstract in dit geval (jacht) hier, niet in de vorm van een persoon dus maar als de macht van het collectief, een elite, is zelfs sectarisme een facet van het fenomeen cult. Dit is overigens van toepassing op vele vormen die met “elite” te maken hebben. Ook de adel is een elite, een cult, en hoe toevallig dat adel en jacht veelal samen te vinden zijn in een zelfde hokje. In Nederland, Engeland, in koninkrijken, en ja, Noorwegen is ook een koninkrijk. 

 

De jacht als een cult

“Er aan meedoen”, “erbij horen”, geldt in dit geval voor meedoen aan of (op)volgen van een met Noorwegen verbonden cultuurtraditie en door sommigen zelfs zo genoemd: erfgoed, waar ik niet blij van word. In mijn beschouwing hier, die gegroeid is uit de feiten, die ik in de zes jaren dat ik nu in Noorwegen woon verzameld heb, kan ik helaas niet anders meer, na heel veel en vooral diep nadenken en dóórdenken, dan concluderen dat de jacht niet een cultuur is of een traditie, maar een cult. Zolang dit niet herkend wordt als zodanig zal er niets veranderen.

Al vanaf de kinderjaren wordt er als vanzelfsprekend geleerd om te gaan, en te schieten met, een geweer of een pistool, of iets wat daarop lijkt: een wapen om te doden met kogels. Dit alles onder de dekmantel van de gepredikte (van vader op zoon/dochter doorgegeven) leer (opvatting) dat het goed is om te leren schieten, om te leren hoe je een dier zo snel mogelijk kunt doden, zo professioneel, dat het niet lijdt. Alsof het daarmee goed gepraat is. Er wordt ook alom gepredikt (van vader op zoon/dochter doorgegeven) dat de jacht noodzakelijk is om het natuurlijke evenwicht te bewaren dan wel te herstellen. Men gelooft dat. Beter uitgelegd: kinderen leren (dat is kind-eigen) vanaf de wieg te kopiëren en plakken, en het is daarom vanzelfsprekend. Men gelooft ook dat het goed is om wolven af te schieten, alsook beren, lynxen, veelvraten (jerv, wolverine), steenarenden, omdat deze het-doodschieten-waardig-gevaarlijk zouden zijn, omdat deze schapen en geiten aanvallen, doden en eten. Dat deze dieren roodieren zijn is wél zo. Maar daar hoeven ze nog niet om doodgeschoten te worden. Roofdieren zijn door de Creator geschapen om een dieper liggende reden: om de natuurlijke gezonde balans te houden, door de minderen onder hen qua gezondheid en kracht, DNA, uit de kudde te nemen zodat de kudde gezond blijft. Dat deze schapen en geiten in de vrije Noorse natuur rondlopen zonder de logische en noodzakelijke bescherming van een herder, dat vinden de goedgelovigen, lees: geïndoctrineerden, ofwel gehersenspoelden, normaal. Er wordt niet over nagedacht. Blijkbaar. Het is waanzin dat “roof”dieren (een door mensen uitgevonden term) worden afgeschoten en de mens, de jagende Noor zelf, nu de plek van de roofdieren heeft ingenomen en er in alle vrijheid op los knalt. Er is door de mens nog geen term uitgevonden die de lading dekt van dit fenomeen. Waarom de Noor schiet-tuig heeft: om de natuur een handje te helpen, en om irreële (verzonnen) onveiligheid uit te bannen. Er De natuur moet in balans blijven. De media dragen ook hun steentje bij. Steentje? Het zijn rotsblokken. Het volk angst aanjagen met wie weet hoeveel geensceneerde feiten. Met trauma-veroorzakende foto’s en verdrietige mensen. Noren tonen nooit emoties, maar dan wel?

Schapen, geiten en koeien die los rondlopen, in het bos, op grote hoogvlakten leveren een absoluut idyllisch tafereel op, het charmeert, en is een gedicht of muzikale compositie waardig. Dat is niet cynisch bedoeld, integendeel, dit is waar, zo heb ik dit steeds ervaren. Biodiversiteit echter is een complex, hoogst noodzakelijk gegeven, en de mens heeft nog lang niet begrepen hoe belangrijk biodiversiteit is voor de gezondheid en de toekomst van alle leven. (In de aanvullende informatie is een link naar Arne Næss en Deep Ecology.)

Kudden met schapen, geiten en koeien horen dus in een stal, op een omheinde weide, en er kan toezicht gehouden worden. Maar nee, de Noorse wildernis is tot een land-grote (zo groot als Noorwegen zelf) schapen-, geiten- en koeienweide geworden. Ik kan niet anders dan hoogst verontwaardigd zijn, en moet de termen gebruiken die mijn verontwaardiging duidelijk maken.

.

Geweren als een symbool van waarde en macht

Hoe scheef wordt er gedacht. De goedgelovigen denken zelf niet, zij nemen, zoals dit ook in een religie gebeurt, of in een sekte, een cult, alles klakkeloos aan wat de heerser, de leider, of de leiders zeggen wat waar is, in dit geval wat het collectieve verstarde kritiekloze denken bepaalt. Als ik heel ver ga zoeken zou ik een argument voor de jacht, voor de jagers, kunnen vinden, maar men kan mij niet wijs maken dat 450.000 geregistreerde jagers nodig zijn om evenwicht te bewaren in de Noorse natuur. Ik spreek dan over geregistreerde jagers, maar hoeveel geweren en pistolen of erger zijn er in Noorse kasten of aan Noorse muren te vinden? Hoeveel wapens worden er of zijn er al verkocht? Wat er gebeurde door Breivik is niet vreemd: hij stond al op foto’s, met een enorm geweer in zijn hand. Die man had psychische stoornissen en niemand zag het, wist het, tot in juli 2011. Zo staan er talloze Noren op foto’s, met een geweer in de hand, en talloze Noren verhullen, onderdrukken, hun innerlijke orkanen en haat gevoelens. En net als Breivik, ook die Noren dragen kleding, die aangeeft dat het niet alleen gaat om schieten, niet alleen om haat of afkeer van, of wat opgelegd is door tradities, maar vooral ook om uiterlijk vertoon. Overigens: ook Breivik was en is voor een zeer traditioneel Noorwegen, en haat daarom iedereen en alles wat daar een bedreiging voor kan vormen.

Dit uiterlijk vertoon is weer gekoppeld aan de jachtclub. Ieder dorpje of stadje heeft wel een jachtclub. Iedere club heeft zijn eigen outfit en wapenschild.

Zie hier een foto-serie met Noren: volwassenen en kinderen. Let op de houding, de kleding, het geweer, de trots, en vraag jezelf af wat er eigenlijk geleerd wordt hiermee. Kinderen leren van jongs af overduidelijk dat schieten iets is om trots op te zijn, daar kun je mee pochen en over pochen en BEN je dan eindelijk waar je al die tijd over hoorde, wat je leerde op de schietbaan, en je hebt een dier doodgeschoten, natuurlijk ben je dan trots, blij, en lach je van oor tot oor: je maakt je hele familie blij, je hoort ERBIJ. Je komt zelfs in een tijdschrift, op de cover.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Kinderen leren lol te hebben in ongezonde decibellen lawaai (men moet oorbeschermers dragen), in competitie, in wedijver, en macho gedrag. Macho gedrag is niet per definitie gekoppeld aan het man-zijn, want ook vrouwen doen mee, zelfs meisjes. Ze leren dat veel geld gebruikt mag worden voor de aanschaf van een geweer/geweren, met speciale draagtas(sen), en dure kleding. Vergeet de auto niet. Men kan zonder dat vervoermiddel niet bij de schietbaan komen en niet alle benodigdheden transporteren. Ze hebben, zoals al gezegd, geleerd de leugens te geloven (indoctrinatie, eeuwenlange hersenspoeling)  over de noodzaak voor een balans in de natuur en dat zij een bijdrage leveren waar de natuur dank je wel voor zegt. De dieren die dankjewel zeggen, omdat zij niet lang hoeven te lijden. Het argument dat de jacht nodig is om te voorzien in de primaire levensbehoeften, voedselvoorziening dus, is in deze moderne tijd pure onzin. De opvatting dat 450.000 geregistreerde jagers (het aantal niet geregistreerde jagers en stropers dus niet meegerekend) nodig zouden zijn om de balans te houden, die het daarom legaal en zelfs tot een zegen maken dat het vlees voor de avondmaaltijd of voor de vrieskist uit de natuur gestolen wordt, dat is in mijn ogen een ernstige dwaling.

De jacht is een religie, een cult geworden met het geweer als afgod. Met offerdieren. Het woord offerdieren past hier, letterlijk.

Het heilige schiet-tuig wordt gekoesterd als een geliefde. Vastgehouden als de kelk in de eucharistie-viering in de katholieke kerk. Dit is niet gezond. Dit is een vorm van waanzin, van psychopathie en ja, het zou kunnen zijn dat deze “sport” voor vele Noren een middel is, een therapie, om hun onderdrukte emoties los te laten, te kunnen ventileren. Niet de vuile was buiten hangen, niet schreeuwen, maar vooral emotieloos reageren, liever niet reageren, koud zijn, kil zijn, en dan met een geweer je opgekropte ergernissen en haat botvieren op een wit veld met cirkels, om te oefenen voor de realiteit van het doden, opdat het goed raak is. (Voor documentatie over deze stelling: zie aanvullende informatie, de docu van Stine Jensen.)

 

Schieten als sport, wedstrijdsport

Dit verhaal is geschreven na vier dagen van enorme herrie uit de nabij gelegen bossen, waar de schietbaan van Hovet zich bevindt. De afstand van die schietbaan tot aan het huis waar ik leef is hemelsbreed niet meer dan 600 meter. Het schieten was binnen met gesloten ramen en deuren gewoon te horen.

Capture

De galm van de enorme hard knallende en lang aanhoudende salvos van meerdere geweren tegelijk is enorm want het dorp ligt in een dal. De echo gaat in het rond, het schieten lijkt overal vandaan te komen. Een kermis is er niks bij. Vier volle dagen inmiddels geluidsoverlast, zo ernstig, dat het leek alsof het oorlog was. Er leven hier ook asielzoekers. Ik vroeg me af wat er door hun ziel heengaat wanneer die Noorse schiet-feesten aan de gang zijn.

Ik ben gaan informeren, want ik wilde het er niet bij laten zitten, en ben op de fiets gestapt en heb zomaar iemand aangesproken. Een Noor die Engels sprak gaf netjes antwoord op mijn vriendelijk gestelde vragen. Er was een competitie. Die begon inderdaad op donderdagochtend en zou vandaag, zondag 24 juli tegen de avond afgerond worden. Ik vroeg of deze schietbaan wellicht zou kunnen verhuizen naar een industrie terrein, er is er n.l. een, Kleivi. Het ligt ver van dorpjes en gehuchten. Men heeft hier waarschijnlijk nog nooit over nagedacht. Hij kende dit niet, hij was niet van hier.

Maar ja, antwoordde hij, heel Noorwegen is vergeven van de schietbanen….. (Hier een overzicht van de schietbanen in de provincie waar ik woon.) Kortom, iedereen moet er maar mee zien te leven. Het hoort er bij. Ik vroeg of er nog dieren zijn in het bos, of zij niet allang weggerend zijn. Daar moest hij om lachen. Nee, dieren hebben er geen last van, zei hij, die raken eraan gewend. Ik antwoordde dat ik wel een gesprek zou willen met die dieren en vragen hoe zij dit dan doen: er aan wennen. Hoe kan hij dit weten? Ik geloof hier niet in.

IMG_5532

 

 

Een machtsspel dat leidt tot legale doch criminele “rifle politics”

Ik heb vernomen dat er een machtsstrijd gespeeld is in het verleden, tientallen jaren lang, tussen de bewoners hier en de gemeente, die de plek aangereikt heeft. Die strijd is verloren door de bewoners. De gemeente Hol doet precies wat de jagers willen. Tuurlijk. Dat is de kracht van een cult: iedere Noor is wel bevriend met iemand die tot die religie behoort en wil je er bij blijven horen dan moet je vooral meedoen en overal ja op zeggen. Ook Erna Solberg doet precies wat de jagers willen. De meesten zijn boeren, en krijgen het ja voor het neerschieten van alles wat dreigt, zelfs voor er een dier van de veestapel gedood is. Óók beschermde diersoorten, of dieren die op de lijst staan van totale uitroeiing. Men noemt de Noorse politiek terecht “rifle politics”.

Het is mij duidelijk dat er geen beginnen aan is om deze religie, deze cult, uit te bannen. Het enige wat ik kan doen is erover schrijven, en erover tweeten. Ik heb mevrouw de minister president Erna Solberg diverse tweets gestuurd, alsook de partijleider van De Grønne. Er komt geen antwoord, maar er wordt hoe dan ook iets meer gedaan dan niets.

Meer lezen over Noorwegen, wolven, beren, lynxen en steenarenden? Hierzo.

 

Aanvullende informatie:

 

Over Antoinette

Geboren in Nederland in 1948; volgde de opleiding Leraar Basisonderwijs aan de Kweekschool in Veghel, en rondde die af in 1968; via allerlei paden en wegen leidden geestelijke verdiepingen tot een andere visie op zijn en welzijn, en naar een nieuwe taak: de alternatieve gezondheidszorg. Verhuizing naar Noorwegen volgde in 2010.
Dit bericht werd geplaatst in Noorwegen en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.