De Echo van Kerstmis

.

.

Deze alinea is een kersverse intro op deze in december geschreven overweging. In januari herlas ik dit verhaal, en voelde boosheid, mijn boosheid. Die boosheid is inmiddels gezakt, maar die zal zeker wel weer terug keren in de komende decembermaand, in 2017. Boos? Ja! Het hele jaar door loopt iedereen zich druk te maken over de verrotte toestand in de wereld, hoor en lees ik overal hoe het beter moet, en kan, of zou moeten, en dan, met Kerstmis, wordt alles even in de hoek gezet, en wordt er gefeest. Hoe echt is dan je mening? De tijd van tijd hebben is voorbij, het alles of niets komt steeds dichter bij.

Ik vond vandaag, 18 januari, een quote van Arne Næss, de Noorse eco-filosoof. Zijn woorden sluiten aan bij wat ik wil uitleggen:

Arne Næss, gefotografeerd door Petter Mejlænder.

“Quality of life is here considered to be something incompatible with artificial, material standards above that necessary for the satisfaction of fundamental needs, and secondly, that ecological considerations are to be regarded as preconditions for life quality, therefore not outside human responsibility…

The lifestyle of the majority should be changed so that the material standard of living in the Western countries becomes universalisable within this century. A consumption over and above that which everyone can attain within the foreseeable future cannot be justified.

 

 

Dan nu verder met de originele tekst, gepubliceerd in december 2016:

Na een jarenlange worsteling met het gegeven Kerstmis is het nu, voor het eerst écht, duidelijk dat Kerstmis verworden is tot een decadent en vooral schijnheilig gebeuren. Met name het Engelse woord “Christmas” maakt duidelijk dat het erin verborgen woord “Christ”, ook al spreek je het in die combinatie niet zo uit als de Engelse Jezus met die naam, niets maar dan ook niets met het verhaal van dat kindje, die mens, in die stal te maken heeft. Wie heeft of hebben er in 2016 nog een kerststal geplaatst? Hierna volgt een en ander waaruit blijkt waarom ik die vraag stel.

Nadat mijn kinderen groter werden en duidelijk aangaven dat verhaal niet interessant meer te vinden, wat overigens hun goed recht was en is, ben ik mijzelf ook meer en meer gaan beperken tot dat wat ook vooral “men” met dit gebeuren ging doen. Ik paste me aan. Ik vond het zelf eigenlijk ook niet meer nodig, was blijkbaar ook klaar met die kerststal en dat verhaal, religie was uit, de kerstboom werd het belangrijkste, de blingbling, en de maaltijd: we veramerikaansden. De “White Christmas” en “Jingle Bells” pasten daar zoveel beter bij. En de films, met kerst. Op TV. “The Sound of Music”, bijvoorbeeld.

.

Vandaag ben ik alles in een ander perspectief gaan zien. Vind het zo jammer dat ik geen foto’s heb (die zijn er gewoon niet) van die kerstgroep waarmee ik als kind zo blij was, ieder jaar weer. Ik vond via google een foto met een groep die op “onze” kerstgroep leek.

kerstmis

.

De beeldjes van die kerststal heb ik destijds zo goed bestudeerd, blijkbaar, er zo intens van genoten, dat ik me die nu toch nog kan herinneren, zonder die tastbaar in mijn handen te houden. Wanneer ik, zoals ik vandaag deed, in een diepe meditatie terugga naar die tijd, naar die hoek van de kamer waar de kerstboom, een echte, met kaarsjes en prachtige glimmende kerstballen, dan kan ik zelfs het mos dat mijn moeder bij de kerststal neerlegde voor de schaapjes, weer ruiken. Zelfs de indringende geur van die kleine kaarsjes komt nu bij me terug, hoe ze eruit zagen, dun, gekleurd, spiraalvormig, geplaatst in speciale kerstoomkaarsjesklemmetjes. Wat een sfeer!

Zingen, samen zingen, geen geruzie, nee zingen, samen, voor de kerststal, verhoogde die sfeer enorm. Ik herinner me hoe ontroerd ik was toen ik me bewust werd van dat samen zingen, samen dezelfde melodie zingen, dezelfde woorden, zo ingetogen, zo vol overtuiging, voorstellingsvermogen en eerbied. Ik wist wat ik zong. De combinatie van wat we zongen en het samen zingen was zo bijzonder, de ontroering was zo heftig dat ik even niet kon zingen, en naar mijn broer en zusjes keek, die naast me stonden, maar die hadden dat niet gemerkt, en zongen door. Waarna ik weer aansloot. Hoe oud was ik, een jaar of zeven, acht.

Jaren vijftig dus, vrij kort na “de oorlog”. Alles was nog in opbouw, en weelde kende men (nog) niet. Er was zelfs geen douche in huis. In een grote teil werden we elke week helemaal gewassen, door onze moeder. Op andere dagen gebeurde dat zittend op die ene tafel in die kleine woonkamer, en een teiltje met water naast ons, eveneens door onze moeder, met een washandje en groene zeep. We hadden geen TV, geen boeken, geen of nauwelijks speelgoed, wel een spelletje of twee drie, heel sumier wat potloden, papier en kleurtjes, en dat was het. We hadden niet de overdaad van overvolle rijk aangeklede eettafels, kregen geen cadeautjes met de verjaardag, zelfs geen taart of cake, alleen een zakje met snoepjes om uit te delen op de lagere school, in de klas, niet meer snoepjes dan er leerlingen waren. Maar we waren tevreden.

In de behoefte aan beeld(end)-materiaal werd nauwelijks voorzien. Kerstmis was daardoor, besef ik nu, een enorme positieve bron van visuele voeding. Het mooiste aanschouwingsmateriaal was daar, in gips, gekleurd, en wat een entourage, wat een decorum! We waren niet gewend aan blingbling, er waren geen zilverkleurige kettingen, oorbellen, haardecoraties. Niets. Die gekleurde, glanzende, schitterende, breekbare kerstballen waren dus een feest voor onze gulzige ogen. We verdronken erin! Dat grootse van die Kerstmis maakte dat het woord ook terecht met een hoofdletter geschreven mocht worden. Dat wordt het nu nog. Maar wat stelt het nog voor?

Pakjes, cadeaus, alsof we nog van alles tekort komen, eten, veel en veel te veel eten, duur eten, drank, gruwelijk veel moeten om vooral iets van die kerstmis te maken, om er een gebeuren met een hoofdletter van te maken. Wat men ook probeert: ik ben het kwijt, en ik schrijf het liefst zelfs geen kaarten meer. Wat moet ik schrijven? Jaar in jaar uit dezelfde wensen? In dit moment van de eeuwigheid, waarin de wereld almaar gekker wordt, er vluchtelingenstromen zijn zoals we die nog nooit eerder gekend hebben, er een klimaatverandering gaande is die sommigen zelfs niet eens waargenomen hebben, laat staan erin geloven, omdat zij te druk zijn met geld verdienen en uitgeven, heb ik een afkeer gekregen van die verworden traditie.

Vanochtend zag ik een kort filmpje bij Instagram over viering van kerstmis in een vluchtelingenkamp op eiland Lesbos, in Griekenland. Ja hoor, Santa was er, en al die kindjes, en groteren, kregen een cadeau. Dit was kerst. Welkom lieve vluchtelingen, we zullen jullie een spoedcursus hebzucht aanreiken, met mooie cadeautjes, zodat jullie volgend jaar weer cadeautjes willen. En al die jaren erna. Dat is goed voor de zakenwereld. Welkom in de westerse wereld van de hebzucht en het materialisme. Het duurde even voor ik het door had, maar de doordenderende echo, de hele dag door, bereikte het punt waarop ik het zag wat er feitelijk gebeurde.

Natuurlijk is het logisch dat die kinderen zo graag iets willen ontvangen, iets voor zichzelf, een cadeautje, iets om mee te spelen. Maar. Moet dit dan met kerstmis? Waarom? Dat kan toch op iedere andere dag? Kerstmis kan dan toch op een bij Kerst horende wijze gevierd worden? Met samen dingen doen, zingen bijvoorbeeld. Verhalen vertellen over die ene mens die het Licht bleek te zijn in de duisternis van onze wereld. Of andere verhalen. Vertellen is een helaas vergeten en vooral ondergewaardeerde vorm van leren, van genieten, van innerlijk beeldend vormen, in de samenheid van allen die daarbij aanwezig zijn, die meeluisteren. De meeste kinderen kennen het verhaal van Jezus niet eens. Vanwege de aftakeling van wat het ooit was en wat het geworden is lijkt het mij uitstekend en vooral realistisch om Kerstmis voortaan Santa te noemen. Net zolang tot de mens gaat beseffen waar dat Santa-feest eigenlijk uit voortvloeide, en wat die veranderingen van wat het oorspronkelijk was, voor negatieve gevolgen bracht voor de mensheid.

Dat zal dan tegelijkertijd met het uitleggen van het waarom van de klimaatverandering plaats vinden, want de opkomst van de weelde, het materialisme, is gerelateerd aan de opkomst van het industriële tijdperk, en dat is tegelijkertijd het begin van de klimaatverandering, en de vernietiging van het leven, de miskenning van het leven, de arrogantie van de mens daarbij, die handelt alsof hij God is en de natuur misbruikt om uit te buiten, en hem te dienen.

De natuur reageert.

Heel krachtig. Steeds sterker. In Noorwegen was het, zeven jaren geleden, toen ik hier voor het eerst was, en de eerste winter meemaakte, min dertig graden Celsius. Nu, vandaag, anno 2016, is het plus zeven graden Celsius. Dit is alweer een te hoge temperatuur in een te korte periode dit jaar. Het gebeurt zo regelmatig, en intens, dat er weer geen sneeuw meer over is. Het regent dus, het stormt, ongekend hard. De sneeuw spoelt weer weg. Een dikke pak. Maar wie trekt zich hier wat van aan?

Ik.

Ik heb geen kerstboom, geen enkele kerstbal, geen speciaal eten, niks te versnaperen, niks aparts, niet meer dan wat ik anders ook heb, de basis, gezond voedsel, en genoeg om zo dankbaar voor te zijn. Hierdoor voel ik mij in harmonie met de realiteit, met allen die het niet eens kunnen vieren, omdat zij geen dak boven hun hoofd hebben. Ik voel me niet gelukkig hierdoor, maar wel in harmonie, met hen, met de wereld zoals die is, nu, en met alle dreigingen die ons boven het hoofd hangen. Ik hoef mij nu niet in tweeën te splitsen: met één been in de waanzin van de schone schijn die kerstmis geworden is, en met het andere been in de wetenschap van de realiteit van de wereld van nu.

Misschien wordt het pas weer beter met kerst wanneer er weer eens een oorlog is geweest, en men weer alles moet opbouwen, met nauwelijks iets moet rondkomen, zoals dit gebeurde in mijn kinderjaren. Een oorlog is onwenselijk, maar opent wel ogen, en maakt bewust van wat eerst zo vanzelfsprekend was.

Vrede op aarde, zingt het voor kerst uit allerlei muziekboxen in supermarkten en andere winkels. Vroeger zongen we dat in een kerk, of, zoals bij mij, thuis, voor de kerststal. Nu wordt het gebruikt om het sentiment wakker te maken en de mens tot kopen aan te zetten. Wie zal er wat van zeggen? Ik liep door de bouwmarkt te mopperen in mijzelf toen ik het hoorde, daar, in Gol (Goel), tussen de spijkers en schroeven.

Vrede op aarde, ik wens het iedereen, maar niet alleen met kerst. Voor ik in slaap sukkel, iedere dag weer, wens ik dat iedereen, te beginnen bij mijn eigen kinderen, kleinkinderen, en zelfs mijn familie. Ook al zie ik van mijn eigen familie: broer en zussen, niemand meer, ik wens het hen wel toe. Ook onze overleden ouders en grootouders, ooms en tantes. Waar ze ook mogen zijn in het hiernamaals. Met mijn gedachten ga ik over die hele wereldbol, en wens allen vrede. Ik wens onze wereldleiders inzicht, en mijzelf wens ik dat alles daarna eveneens, ook dat ik geestlijk door mag blijven groeien, om in deze waanzin gezond te mogen blijven denken, de juiste woorden te mogen vinden om dat te schrijven wat kan bijdragen tot nadenken bij de ander, of, wat kan leiden tot het openen van andere monden. Ik zal vast niet de enige zijn die zo over kerstmis denkt. (Bewust met een kleine k geschreven.)

Ooit las ik een boek van Osho, over een mosterdzaadje. Klein als het is, groeit het onder de juiste omstandigheden uit tot een enorme struik, en de wortels kunnen muren doen opensplijten. Daar hoop ik op. Het lijkt niks wat ik doe, niemand ziet me, niemand leest me, nauwelijks althans, maar wie weet…….

Tot slot nog een video. Met een stem, die ik zo prachtig vind, zo passend bij hoe ik nu in Noorwegen door die kerstdagen heen ploeg, want ook al is er een duidelijk geworden standpunt, Kerstmis zoals het was, ooit, leeft blijkbaar nog steeds in mij, en juist dit maakt het contrast met het nu zo enorm pijnlijk. Dat wordt verklankt door die stem. Een stem in een stille nacht, echoënd in het Noorse winterlandschap.

Door mijn onverwoestbare wil om het nooit meer zo te doen zoals het geworden is, heb ik de tijd en de ruimte om te mediteren, en die Kerstmis van weleer te laten herleven, diep binnenin. Ik besef dat het goed is dat ik me verzet tegen de kerst van nu, dat het niet erg is om me vandaag verloren en over het algemeen onbegrepen te voelen, ook al heb ik gehuild vandaag, was ik met vlagen ook erg boos, furieus, was er een diepe melancholie naar mensen, (ooit) geliefden. Misschien is het de kerst-geest die rondwaart en dit oproept? Indien zo dan ben ik door die geest gedwongen in conclaaf gegaan met mezelf en de wereld, en dat voelt goed, nu ik eruit ben, tenslotte, en ben gaan schrijven. Zo enorm goed. Het deugt. Ik deug. Ook al hoor ik van menigeen, zonder woorden, dat dit niet zo is, zelfs al komt dit als een (zo lijkt het) never ending echo steeds toch weer naar mij terug. Een echo dooft uit. Langzaam, maar zeker. Kerstmis is ook een echo geworden, en zoals in een echte echo een klank die niet meer herkenbaar is.

.

Video informatie: Knud Knudsen (Odda, 1832 – Bergen, 1915) wordt gezien als de belangrijkste pionier van de negentiende-eeuwse Noorse fotografie. Hij bereisde het hele land en liet talrijke foto’s na welke voor Noorwegen van grote historische en etnologische waarde zijn. Ook maakte hij veel stereoscopieën. Veel van Knudsen’s negatieven en prints bevinden zich thans in de bibliotheek van de Universiteit van Bergen. Bron.
Muziek: Sidsel Endresen & Bugge Wesseltoft – Psalm / Norway

.

.

Over Antoinette

Geboren in Nederland in 1948; volgde de opleiding Leraar Basisonderwijs aan de Kweekschool in Veghel, en rondde die af in 1968; via allerlei paden en wegen leidden geestelijke verdiepingen tot een andere visie op zijn en welzijn, en naar een nieuwe taak: de alternatieve gezondheidszorg. Verhuizing naar Noorwegen volgde in 2010.
Dit bericht werd geplaatst in Beschouwing en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.