Kweekschool, Veghel

.

Zelf een oud-leerling van een kweekschool zijnde, en dus ervaringsdeskundige, schrijf ik in hierna volgende paragraafjes wat speelse, filosofische gedachten neer over bijvoorbeeld het merkwaardige woord kweekschool, het instituut kweekschool, maar ook: hoe kijk ik nu, anno 2017, naar die vorm van onderwijs, naar onderwijs in het algemeen? 

.

Toen

Toen destijds, vier en vijftig jaren geleden, de dag naderde voor het maken van een keuze voor vervolgonderwijs na de zesde klas van de basisschool, was de keuze van dat vervolgonderwijs net als nu gerelateerd aan wat je wilde worden, en of dat haalbaar was. Er waren toen niet zoveel beroepen en dus was er niet zoveel te kiezen. De meeste meisjes gingen naar de huishoudschool, wat minder meisjes gingen naar de ULO, en heel sporadisch gingen er meisjes naar een HBS of MMS. De jongens gingen voor het merendeel naar de ambachtschool, enkele naar de landbouwschool, of ULO, sporadisch naar de HBS en echt bij zeer hoge uitzondering ging er iemand helemaal naar Deurne, naar het gymnasium.

.

Waarom wilde ik eigenlijk onderwijzeres worden?

Ik wilde onderwijzeres worden, maar waarom, vraag ik me nu af. Heel diep in mijn herinneringen gravend, weer terug in die tijd staande, en mezelf als de mens die ik toen was afvragend waarom, dan is het volgende mijn eerlijke antwoord hierop. Op de eerste plaats: deze vraag is mij nooit gesteld. Vreemd. Het lijkt wel alsof het vanzelfsprekend was. Maar vanuit het nu terug in mijzelf schouwend en invoelend weet ik, ken ik die reden:  ik wilde graag voor de klas staan, leidinggeven, zeg maar gerust: de “baas” spelen op mijn eigen terrein (thuis ging er veel fout doordat er, zoals overal trouwens, foute familiepatronen voor foutieve machtsposities zorgden en er dus gebrek aan waarachtige leiding was), orde creëren, rust, “werkgelegenheid” verschaffen aan hoofdjes die willen denken, willen weten, handjes die willen leren schrijven. Ik heb de lagere school zelf als een oase van rust en veiligheid ervaren, een plek waar ik kon denken, bezig gehouden werd, mijzelf kon ontwikkelen. Ik ben nog steeds erg leergierig.

Ik ging samen met een flinke groep meisjes van de ULO naar Veghel naar de Deken van Miertstraat 10, nadat we daar toelatingsexamens hadden gedaan. Het is volgend jaar, op 13 juni 2018, vijftig jaren geleden dat we slaagden.

 

Tijd voor mijmeringen.

.

De term kweekschool

Kweekschool is een merkwaardige term voor een opleidingsinstituut voor jongeren die na het middelbaar onderwijs opgeleid willen worden tot meester, schoolmeester, met het woord meester als uitdrukking van de hoogste graad van kunde, in dit geval de kunst van het lesgeven. Kweekschool kan ook Hogeschool voor de Kunst van het Lesgeven genoemd worden en zoals met alle vormen van kunstzinnig beroepsonderwijs is er vooral tijd voor wat je meester moet zien te worden: kinderen en de daaraan gerelateerde psychologie, didactiek en opvoedkunde; het ontwikkelen van je eigen natuurlijke leiderschap, en alle vaardigheden die je nodig hebt om ook iets te zeggen te hebben, letterlijk en figuurlijk.

.

Meester worden…

Je moet zelf de volledige kennis hebben van de vakken die aan een basisschool gedoceerd worden, uiteraard op een hogeschool niveau, zodat het bij de basisschool behorende niveau meesterlijk-ver overstegen wordt: lezen, schrijven, muzikale vorming, handenarbeid, tekenen, gymnastiek, rekenen, taal, spreekvaardigheid, aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en tegenwoordig wordt aan de basisschool ook Engels en werken met computers gedoceerd. Je moet de gave hebben om al je kennis om te zetten naar het niveau van de klas waar je voor komt te staan. Die hoofdjes moeten de door jou “vertaalde” kennis kunnen begrijpen. Kunnen ze dat niet dan ligt dit niet aan hen, maar aan jou.

Je moet over uitstekende communicatietechnieken beschikken, kunnen aantonen hoogstaande ethische en esthetische inzichten te hebben en verantwoordelijkheid te nemen en te kunnen dragen. Er wordt gewerkt met levend “materiaal” in een reële werkomgeving en met een echte leermeester: kinderen op een basisschool, onder toezicht van een kundige onderwijzer(es) die al jaren in het vak actief is, een meester in het lesgeven is. Aan de top van die “kunst in het lesgeven hiërarchie” bevindt zich de kweekschool-meester-in-de-kunst-van-het-lesgeven, de ware Meester in de kunst van de psychologie, opvoedkunde en didactiek. Helemaal onderaan die “kunst in het lesgeven hiërarchie” sta je zelf, als leerling, kwekeling. Zoals in de schilderkunst van weleer is ook dit een leerling-gezel-meester systeem.

De kweekschool in Veghel was een kweekschool voor onderwijzeressen. Een fotootje van “Groeten uit Veghel”:

veghel kweekschool

.

Kweekscholen in Oost Brabant

De dichtstbijzijnde kweekschool (in de regio waar ik woonde, Oost Brabant) voor onderwijzers (dus niet voor onderwijzeressen) was in Eindhoven. Eindhoven had, net als Den Bosch, meerdere kweekscholen, en verder was er nog een kweekschool in Schijndel (ook van de Zusters Franciscanessen). Daarnaast was er nog verschil tussen een R.K. Kweekschool en een Rijkskweekschool. De kweekschool in Veghel was dus Rooms Katholiek en ik besef nu pas dat ik les gehad heb in een instituut dat onder toezicht stond van een Paus, van “Rome”.

.

Leraar middelbaar onderwijs

De kweekschool voor onderwijzers was tevens een deel van de opleiding leraar voortgezet onderwijs, alvorens te gaan studeren voor een specifiek vak, zoals bijvoorbeeld wiskunde, Engels, Frans, natuurkunde, aardrijkskunde, etc. Studeren voor een specifiek vak gebeurde in de vrije tijd, naast het lesgeven aan een basisschool.

Later werd voor die aanstaande docenten voortgezet onderwijs een cursusje lesgeven ingelast binnen het geheel van die voortgezette lerarenopleidingen. De gevolgen daarvan werden al snel merkbaar. Lesgeven leer je niet in een cursusje, of in een soort “app” van een of andere opleiding. Er zijn momenteel leraren die totaal geen educatie gehad hebben in lesgeven, zoals dit destijds op de kweekschool gebeurde, en nu op de PABO. De opvoedkundige en didactische waarde van leerkrachten aan middelbare scholen is over het algemeen dan ook dramatisch slecht.

  ……………… Kweekschool Veghel                        Leslokaal, Kweekschool Veghel

.

De kunst van het lesgeven

Lesgeven is een vak op zich, en zwaarder dan door het merendeel wordt begrepen. De aan het vak gerelateerde vakanties en dus vrije tijd werden in mijn tijd gezien als een bewijs dat het vak op zich toch wel zwaar overbetaald werd voor dat vele “nietsdoen”. Hoe het eraan toeging in de lesuren, wat het lichamelijke en geestelijk van je vergt dertig kinderen (+/-) bezig te houden, zodanig dat het kwaliteits-uren zijn… men had en heeft geen idee. Dat het moeilijk uit te leggen valt blijkt uit de nieuwsfeiten over leerkrachten september/oktober 2017. Men snapt het nog steeds niet. Zelfs niet bij de regering.

.

PABO

De kweekschool is niet hetzelfde als de PABO. De afgestudeerde krijgt dezelfde beroepstitel, maar de opleiding is erg veranderd, de normen waaraan men moet voldoen om aangenomen te kunnen worden op een PABO zijn lichter geworden (oorzaak: gebrek aan leerkrachten) en het lessen-totaal is sterk verminderd. Dat was nodig. Ik heb de kweekschool als erg zwaar ervaren door het vele wat er moest, de lange lesdagen. In de eerste twee leerjaren werd er zelfs op de zaterdagochtend les gegeven. Je weekend bestond uit niets anders dan studeren en bijslapen. Daarbij kwam dat de meisjes (nee, de jongens niet) ook nog eens handwerk-lessen kregen, met huiswerk. Ik kon het allemaal niet bolwerken en ben dus ook gezakt voor handwerken. Het deerde me niet. Ik had immers mijn kweekschool-diploma, en handwerklessen werden op een jongensschool, waar ik aangenomen was, niet gegeven. Het leven zat me mee.

.

Kweekschool: een opleiding in leiding nemen en geven

De term kweekschool bestond in een tijd dat er van medezeggenschap, recht op discussies ofwel bespreekbaarheid van zeer onterechte beslissingen door leerkrachten, en meer, geen sprake was. De vanzelfsprekende autoritaire macht van de docenten had dictatoriale kenmerken. De absolute macht lag bij de religieuzen, de zusters Franciscanessen, en de leken die daar les gaven stonden onder hun regime, temeer omdat de directrice een religieuze was, in mijn tijd was dat Zuster Gijsbertini. Bovendien behoorde de kweekschool tot het materiële eigendom van de zusters Franciscanessen, en het was op hun grondgebied gebouwd. Aan dat dictatoriale bewind  kwam een eind toen Vera Teulings het team van leraren kwam verrijken.

.

Wat vond ik er van?

Hoewel alles in de maatschappij van destijds autoritair en allesbehalve democratisch was, en ik een hekel heb aan onwaarachtige leiding, foute macht, macht om de macht, heb ik waarachtige leiding als bijzonder prettig ervaren, als een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde opbouw en ontwikkeling, en had en heb ik er alles voor over. Ik prijs me gelukkig les te hebben gehad van docenten die waarachtige leiders bleken te zijn, die lef toonden, de moed hadden zichzelf te zijn, machtsstructuren konden afbreken, en een gezondere opbouwen, die in de praktijk van de realiteit bewezen dat je de wereld om je heen kunt veranderen. Dat waren de ware lesgevers voor een groter goed dan leerkracht worden aan een basisschool.

.

Wat vind ik nu van mijn keuze destijds?

De kweekschool zoals ik die heb leren kennen was bedoeld om onderwijzeres te worden. Ik ben het geworden, maar ik ben er na een tweetal jaren mee gestopt. De reden was dat ik inmiddels getrouwd was en het was destijds zo geregeld dat je geen vaste aanstelling kreeg wanneer je trouwde voor het proefjaar beëindigd was. Ik trouwde binnen een jaar na de aanstelling. Bovendien wilde ik ergens anders voor de klas staan, het leek dichterbij en daarmee ook meer verenigbaar met het getrouwd zijn. Echter, die switch was geen geluksbrenger want na een jaar hield de subsidie voor een extra leerkracht op en was ik overgeleverd aan her en der lesgeven, invallen heette dat, en dus nooit weten wanneer je opgeroepen wordt. Je kon wachtgeld krijgen voor de dagen dat je thuis zat, en niet opgeroepen werd, met andere woorden: geld verdienen via een soort sociale regeling. Dat vond een politiek nogal links georiënteerde zus uitbuiterij van de staatskas die van ons allemaal was, en omdat ik het zeer gewetensvol vond klinken, ben ik er maar helemaal mee gestopt. Ik begon aan mijn eigen privé klasje, mijn eigen gezin. Ik herinner me dat ik het heel erg jammer vond niet meer opgenomen te zijn in de maatschappij, middels een baan. Het voelde verdrietig.

Later, veel later, kwam er een gebrek aan leerkrachten en konden voormalige onderwijzers/onderwijzeressen een bijscholingscursus volgen en weer les gaan geven. Het stond mij, herinner ik me, erg tegen om weer voor de klas te gaan staan, ook al had dat gekund: mijn kinderen waren inmiddels oud genoeg. Het gevoel was echter helemaal weg. Ik had bovendien ontdekt dat er andere soorten van onderwijs bestonden, zoals bijvoorbeeld de Waldorf school, waarover nooit één woord gerept was destijds (ik herinner het mij niet), terwijl die vorm van onderwijs al wel bestond. Dat hele grootse, massale van een klas met zoveel kinderen, en te grote niveauverschillen, was tegen mijn opvattingen over onderwijs: een en ander duidelijk maken aan allemaal. Er is nooit ingegaan op dit probleem toen wij nog leerling waren en was er nauwelijks informatie hoe je het lesgeven als geheel, over een heel jaar genomen, moest aan gaan pakken. We werden dus min of meer in het diepe gegooid, na het examen.

Het is in het onderwijs net als in de gezondheidszorg: er is te weinig tijd voor individuele begeleiding, voor persoonlijke aandacht. Voor de moeizaam lerende kinderen, maar ook voor de gemiddelde leerlingen, de goede of zelfs extreem goede leerlingen, is gewoon geen tijd. De kwaliteit van het onderwijs is daardoor niet optimaal, de mindere leerlingen verliezen steeds meer hun zelfvertrouwen, uit de allerbesten wordt niet alles gehaald, en hun toekomst is daardoor niet wat die zou kunnen zijn.

Nu, anno 2017, zie ik dat het populisme, en de keuze van de meerderheid juist voor een populist (dat is wat democratie creëert: de macht van de meerderheid), in mijn opinie floreert doordat het onderwijs dat de meerderheid heeft gevolgd, niet deugt. Alle leerlingen hebben recht op uitleg, op begrijpen, op mee leren denken. Dat gebeurt niet. Wat betekent dit voor onze samenleving, wereldwijd? Antwoord: Presteren, rationeel scoren, en niets anders dan dat, als voorbereiding op een leven na de school, waarbij veel geld verdienen, carrière maken, succes boeken, het enige doel is dat ouders en leerkrachten najagen en kinderen totaal doet opbranden. De meerderheid van de leerlingen verlaat de school zonder dat het eigen denken ooit is aangesproken of gewaardeerd. Het is niet of nauwelijks ontwikkeld, terwijl ieder kind hoogbegaafd geboren wordt [Documentaire: Alphabet, Angst oder Liebe; Erwin Wagenhofer]! Ouders en leerkrachten beseffen dit niet, weten niet hoe de persoonsgebonden, specifieke, unieke aanleg in het kind te ontwikkelen. Bovendien kan dat niet eens in de gangbare onderwijssystemen. Dus verliest de meerderheid van de leerlingen de motivatie en eindigt op een kleurloze plek in de maatschappij. De gedesillusioneerden zijn gevoelig voor de grootspraak van populisten, omdat zij eindelijk de kans schoon zien om het aangereikte paradijs alsnog te realiseren. De gevolgen van de keuzes van de meerderheid zijn catastrofaal voor de toekomst van ons allemaal, voor alle leven op aarde. Alleen goed onderwijs, niet op scoren gericht lesgeven, kan onze wereld veranderen.

.

Daarom schrijf ik, zodat ik op deze manier bij kan dragen tot bewustwording.

.

Mijn verhalen:

.

Overzicht van docenten en leervakken

.

Foto’s en verhalen van anderen

.

.

.