Willem Hofhuizen

Met gepaste trots kan ik hier neerschrijven: ik heb les gehad van Willem Hofhuizen. Wie was Willem Hofhuizen, waar kreeg ik dan les van hem, en waarin? Wie Willem Hofhuizen was is inmiddels zelfs in diverse talen te lezen in wikipedia, en er is ook een prachtige website die alle details kan aanreiken. Wat hier volgt is mijn persoonlijke verhaal over Willem Hofhuizen. Het verhaal wordt regelmatig onderbroken met “flash backs” vanuit mijn eigen verleden. 

Overzicht:

  • Willem Hofhuizen, docent met een visie
  • Willem Hofhuizen, de kunstschilder
  • Willem Hofhuizen en mijn opstel
  • Willem Hofhuizen, een lichtje in de duisternis
  • Waarom een zoektocht naar “die docent CML”?
  • De stijl van Willem Hofhuizen, en herkenning
  • Verzet: van Gabriel Lorca naar Mikis Theodorakis
  • Willem Hofhuizen, Jan van Gemert, Willi Martinali, Hendrik Wiegersma

Willem Hofhuizen, docent met een visie

Destijds, als leerling van de kweekschool in Veghel, gedurende de laatste twee jaren van de opleiding: van 1966-1968, kregen we les in CML, Cultureel Maatschappelijk Leven. Het was Willem Hofhuizen die ons les gaf, maar we wisten totaal niets over hem. Er werd ook niets over hem verteld, en hij sprak niet over zichzelf. Aan informatie komen via google bestond toen nog niet.

Willem Hofhuizen

Willem Hofhuizen (° 27 Juli 1915 – † 23 December 1986) was een bijna onzichtbare (binnen het massale van zoveel kweekschool leerlingen en docenten), magere man, met een karakteristiek gezicht, een enorme stilte om hem heen, en hij had indringende observerende ogen. Hij kwam uit een andere wereld, en hij vertegenwoordigde een andere wereld dan die wij kenden. Hij was vriendelijk. Zachtaardig. Hij sprak over cultuur en maatschappij. Hij had een natuurlijk leiderschap. Hij deelde zijn visie. Hij had ook een visie. Daarom zat hij daar dus ook. En daarom luisterden wij graag.

.

Willem Hofhuizen, de kunstschilder

Zijn schilderijen zijn verhalen over ver uiteenlopende thema’s. Religie, bijvoorbeeld, waaraan ik een bepaalde vroomheid van Hofhuizen koppel, staat wel erg haaks op de overduidelijke wellustigheid van vrouwen in bars, op terrassen, die erotische houdingen aannemen. Hofhuizen schilderde ook stillevens en landschappen.. In de zeventiger jaren worden de dames steeds voller in bilpartijen en kuiten, en rokjes bedekken soms maar nauwelijks het roepende vlees.

Had Willem Hofhuizen al voor 1966 deze vrouwen geschilderd dan was hij nooit docent aan een nonnenschool geworden. Ik kan het niet bewijzen, maar het is een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de latere schilderijen van Willem Hofhuizen de nonnen hysterisch zouden hebben doen reageren, of het schaamrood op de wangen hebben gebracht. [Bedenk dat het zélfs verboden was om op een rustige plek met een vriendin een gesprek te hebben. Destijds werden mijn vriendin en ik, in een diep gesprek verwikkeld, plotseling door een uit het niets opduikende non aangemaand daar weg te gaan, ons bij de groepen te voegen. Het zou niet goed zijn om afzondering te zoeken. Waar kwam zij plotseling vandaan? Waar sloeg haar verhaal eigenlijk op? Er werd waarschijnlijk gegluurd, vanachter gordijnen. Geluisterd. Ik snapte dat toen niet. Nu begrijp ik dat zij mij, ons, verdacht heeft, moet hebben, van wat zij zelf daar met de regelmaat van de klok ervaren moet hebben, ervan meegekregen hebben, met zich meegedragen moet hebben of er weet van had: sex tussen vrouwen. Jaren later las ik: De Non, van Diderot en daarin werden praktijken beschreven die bij het gedachtegoed van die non zeker passen. Wij, mijn vriendin en ik, waren gewoon aan het praten, en er was 0% sex aanwezig. Een privé-gesprek voeren en niet gestoord willen worden is niet verdacht, maar normaal. Zo de waard is zo vertrouwt hij zijn gasten…. Ik zou waargebeurde verhalen, betreffende sommige nonnen en hun perverse seksualiteit, kunnen neerschrijven: deze kwamen naar buiten via leerlingen die intern waren, en natuurlijk bereikten die verhalen ook mijn oren. Ik laat het hierbij want het is aan degenen die dit is overkomen om dit in een blog of boek te gaan schrijven.]

Willem Hofhuizen had dus vooral religieuze (!) thema’s, stillevens en landschappen in zijn portfolio in dat jaar, 1966, waarin ik samen met mijn klasgenoten op zijn komst wachtte.

Verderop in dit artikel zijn foto’s van schilderijen te zien in een diaserie. Ik heb ongeveer alles daarin opgenomen wat er zoal te vinden is. Het is echter zeer de moeite waard de website te bezoeken. Veel van zijn schilderijen worden daar getoond, met titel, datum, verhaal en meer. Sommige schilderijen zijn zelfs verbonden met muziek, klassieke muziek. Voorbeeld- De Zwaan, Le Cygne, van Camille Saint-Saens, hier gespeeld door Joshua Bell. Deze muziek hoort bij dit schilderij, “Moeder en Kind”:

Willem Hofhuizen . Moeder en kind

.

.

Willem Hofhuizen en mijn opstel

Veel herinner ik mij niet meer van de lessen van Willem Hofhuizen, echter, één gebeurtenis is mij bijgebleven: mijn verhaal over hoe ik de toekomst zag. Dat was zijn opdracht aan ons allen, voor een opstel. Mijn opstel werd er door hem uitgelicht. Daarin beschreef ik een schilderij van Carel Willink dat ik ooit gezien had: een surrealistisch geschilderd stadsdeel met grote theatrale gebouwen, architectonische kunstwerken, badend in het zonlicht, een minimum aan kleuren, warme geel, beige, okerachtige en wit tinten, brede straat of plein, schitterend, maar er was geen teken van leven te bespeuren. Geen aarde, geen boom, geen groen. Geen mensen. Zelfs geen mussen. Mussen waren in de zestiger jaren overal aanwezig, en wie had ooit kunnen denken dat mussen zouden kunnen verdwijnen, ooit. We leven nu, in die toekomst, vijftig jaren later, en ja, ik had gelijk, toen, blijkt nu. Mussen zijn welhaast verdwenen, en alles is beton, stenen en bestrating. Volop mensen echter, maar hoe is het met die mens gesteld? Niemand is zichtbaar in een stad. Men gaat op in de grijze massa. Men kijkt vooral langs elkaar heen. Dat moet je wel. Kijk je mensen wel aan dan kijkt men terug met de vraag in de ogen of zelfs uitgesproken: “Moet je wat van me?” “Heb ik iets van je aan?” “Kijk voor je!”

Wat mijn klasgenoten ervan vonden weet ik niet. Het was stil nadat hij uitgesproken was over mijn verhaal. Zijn opmerkingen werden in mijn gevoel door hen niet begrepen.

.

Een lichtje in de duisternis

De nu volgende paragraaf gaat over een terugkijken in mijn eigen leven, en kan overgeslagen worden. Scroll dan door naar “Waarom een zoektocht naar die docent CML”.

Maar wie was ik, toen? Terugkijkend vanaf het punt “nu” op mijn tijdlijn, naar het begin ervan, zie ik mezelf als een enorm gevoels-reservoir waarin alles binnenkwam en waarin enorme gevoels-aanslagen zijn gepleegd, emotioneel-bloedige strijd is gestreden door mijn omgeving met mij. Ik leerde in de tweede klas van de basisschool (groep vier nu) dat bezig zijn met rekenen mijn gevoelens verdoofde, ik me goed voelde wanneer ik in mijn ratio was, dat school “rust” betekende, veiligheid. Maar zodra ik buiten kwam begon de oorlog weer. Mijn geheugen heeft alle gevoels-en-mentale-aanslagen wel gearchiveerd, blijkt nu. Vanaf het begin van mijn leven stond ik klein en weerloos tegenover machtige rechters in de vorm van desastreuze familieopstellingen, een groep oudere meisjes onder leiding van een zekere Dora (verpletterende treiter-trutten waren het), en verder: sommige buurjongens en -meisjes, en later eveneens klasgenoten, kennissen, de gevolgen van de ingeroeste foute familieopstellingen, een huwelijk met patronen van foute familieopstellingen uit de beide gezinnen waar wij als huwelijkspartners uit voort kwamen, psychische terreur, zogenaamde vrienden (liever gezegd: parasieten). Ik ben zwaar gestraft voor wie ik ben, Antoinette, de dochter van Dries Janssen, en nee, Dries moesten ze ook niet. Ik heb de naam Janssen daarom zelfs verafschuwd en was blij met de nieuwe familienaam toen ik trouwde. Ik was niet meer die “Janssen”, want “Janssen” was zelfs een scheldwoord. Maar het ging verder dan dat. Er was iets met mij, ik had iets, wat sommigen niet konden uitstaan, blijkbaar, en er was zeker ook jaloezie en afgunst in het spel. Ze hadden eens moeten weten. Welaan, dan weten ze het nu indien ze dit lezen. En om hun geheugen op te frissen:

Die straf bestond in mijn jonge kinderjaren uit intimidaties en vernederingen in de vorm van honende blikken, jennen en treiteren, angstaanjagende achtervolgingen en uitgelachen worden wanneer ik viel tijdens het wegvluchten; in mijn broek plassen in een winkel waar ik letterlijk wilde onderduiken om aan ze te ontkomen en gelukkig liefdevol en begripvol opgevangen werd; uitschelden; bruut geweld; neerbuigende opmerkingen; ongenuanceerde oordelen. Vergelijkbare vormen of zeer ernstige varianten ben ik in allerlei fasen van mijn leven tegengekomen. Daaronder vallen o.a. de arrogante, schijnheilige en vooral kille glimlachjes, verwijtende blikken, sexueel misbruik, totale afwijzing, genegeerd worden, brieven en e-mails onbeantwoord laten, me behandelen alsof ik lucht was, en zelfs doodzwijgen. Of zonder enige vorm van gêne zomaar vanuit het niets door personen uit mijn directe omgeving, familie en “vrienden”-parasieten”- kring op mijn nummer gezet worden, zo agressief en snoeihard dat de honden er geen brood van lusten, en ik vrat alles op. Bleef kalm (meestal), en vond, hoe is het mogelijk, vaak zelfs een gepast antwoord waardoor die agressieve woordenstroom stopte, omgezet werd. Zo goed had ik mijzelf leren beheersen. Uiteraard verloor ik ook wel eens mijn zelfbeheersing. En dat mocht dan niet, want ik was hun vuilnisbak, hun dienstmeid, had er altijd voor hen te zijn, hadden zij gelijk en dus was ik de schuldige en moest gewroken worden. Of werd de mond gesnoerd met: “Het gaat niet altijd over jou.” Het ging NOOIT over mij, dan die ene keer, maar één keer te veel dus en per direct benoemd tot “altijd”.

Dat lijkt ongelooflijk, maar het is waar. Het klinkt bitter, en dat is het ook.  Terwijl ik dit verhaal aan het schrijven ben rollen steeds meer nieuwe feiten (en er zijn er nog veel weggelaten) uit mijn vingers via het toetsenbord van de computer. Dit verhaal is al minstens tien keer gewijzigd, zijn er dingen bijgekomen, verwijderd, heb ik zinnen gewijzigd, en ben ik vooral zelf geschokt. Dit is waarheid, er is niets van mijn beschrijving overdreven, het is met het volle bewustzijn van wie ik nu ben, omschreven, beschreven, met de woorden die ik nu tot mijn beschikking heb, en nee, ik doe geen millimeter van de waarheid af. Ik ben me door het herinneren van het opstel voor Willem Hofhuizen bewust geworden van een levenslange lijst vol afschuwelijke feiten.

Willem Hofhuizen heeft mij een stuk eigenwaarde gegeven in een tijd, waarin ik door bepaalde kweekschool-leerlingen geterroriseerd werd omdat ik verkering kreeg met een voormalige leraar, ook hun leraar. Het gegniffel, de pesterijen, rotopmerkingen van deze en gene en “schatjesdag”, vaak onuitgesproken maar snijdbare haat….., een groep tegenover een eenling, je kunt je niet voorstellen wat het is totdat je zelf gepest wordt. Ik wist ook dat mezelf verweren niet zou helpen. Dus gaf ik geen antwoord. Hofhuizen’s positieve reactie op mijn verhaal was een lichtje op mijn weg, en is het nu weer, nu ik het mij herinner.

Ik ben ook dankbaar voor degenen die er naast Willem Hofhuizen, en nog een paar kwaliteits-docenten meer (vooral door het vak dat zij op een sublieme wijze doceerden) ook waren voor me: veelal reeds volwassen vrouwen in mijn kinderjaren, een soort opvangmoeders (mijn eigen moeder had nooit tijd voor me), en voor enkele op één hand te tellen echte vriendinnen, in diverse perioden in mijn leven, incidenteel (dus voor kortere tijd), of gedurende langere tijd. Voor de meditaties bij Theo van Rossum, en voor de boeken die hij aanreikte, waaronder die van Osho en Etty Hillesum. Ook de therapeuten in een cursus “self-healing” van Stichting Sofia in Eindhoven, diverse massage therapeuten, magnetiseurs, homeopathie, acupunctuur, een zeer kundige astrologe: Carien Rietberg, zelfs Jomanda, en de boeken van Rudolf Steiner, Jozef Rulof, Carl Jung. Ja, ik heb ook reguliere “zorg” gehad, zodanig, dat ik daar aan den lijve heb ondervonden hoe arm die reguliere “zorg” is, wanneer je in geestelijke nood verkeert. Indien ik gevoelig zou zijn geweest voor een placebo effect (waar men altijd en altijd maar weer mee schermt, en ik meld het nu maar even omdat vandaag 21 september in een artikel in De Volkskrant over alternatieve geneeswijzen en placebo effecten geschreven wordt) dan had het allopatische middel dat mij aangereikt werd als een tierelier gewerkt, maar ik constateerde een lamleggen van mijn fysieke lichaam, terwijl mijn geest onverminderd door bleef jagen. Dat was om gek te worden. Het is de reguliere “zorg” die mij gedwongen heeft te zoeken naar werkelijke genezing, verder kunnen gaan, om uit een (het woord bestond toen nog niet) totale burn-out annex depressie te komen. Ook de reguliere psychische hulpverlening was knap waardeloos. Totaal geen empathie. Ik wist één ding: ik wist meer dan zij die tegenover mij zat. Kon dieper kijken en voelen. Zij zat daar als psycholoog met boekenkennis, maar niet weten wat er echt in staat. Niet ten diepste. Dus: hoezo hulp? Water stroomt omlaag, niet omhoog. Ware hulpverlening werkt zoals water stroomt, en kan alleen verstrekt worden indien er sprake is van niveauverschil, waarbij niet ik maar de ander hoger staat en mijn dorst naar genezing dus gelest kan worden via dat stromende vooral “levende water”. Ik ben er niet meer terug gegaan. De medische wereld zoals die erkend wordt werkt met dode chemicaliën, niet met “levend water” (voor alle duidelijkheid: de term “levend water” is een metafoor). Om over na te denken: BAYER produceert zowel pesticiden als medicijnen. BAYER gaat Monsanto overnemen. Monsanto is bekend van de GMO’s en het levens-verwoestende pesticide Agent Orange. Het Berlijnse antroposofische ziekenhuis Havelhöhe daarentegen neemt een unieke plaats in binnen de gezondheidszorg en voert een moedig anti-regulier beleid.

Er volgen in dit artikel nog meer aanmoedigingen vanuit Willem Hofhuizen, maar die zijn niet direct aan mij gericht geweest. Dat gebeurde toen ik op de website over hem, mijzelf aan het inlezen was voor deze blogpost, en nog meer toen ik daarna door ging lezen en terecht kwam bij Hendrik Wiegersma. Ik werd diverse keren geraakt door een gelijke wijze van werken, voelen en zien, creëren. Expressief zijn.

Wanneer je nadenkt over de wetten van de synchroniciteit (Jung) dan is het niet wonderlijk dat ik dit, deze zoveelste bewerking van het origineel (15 september) schrijf in de week tegen het pesten: die is van 18 tot 22 september. Vandaag is het 19 september. En: sinds enkele weken word ik behandeld voor een overbeladen lever en hart, darmen. Er vindt een enorme opruiming in mij plaats, zowel fysiek, als emotioneel, als mentaal. Heel veel borrelt uit een ver verleden naar boven, ook via dromen, en er zijn veel ontladingen via intense huilbuien. Meer: Acupunctuur.

Schrijven helpt ook. Ik verheimelijk niets meer om anderen te beschermen, reputaties te beschermen. Nu ben ik aan de beurt. Het is genoeg. Je kunt je leven helen, maar dan moet je eerst wel je leven aangekeken hebben tot in alle details, en alles opnieuw hebben ondergaan in regressies, in verwerkingen op een heel diep niveau. De feiten benoemen maar vooral ook neerschrijven is een enorme stap voorwaarts. Dat laatste was er tot nu toe niet echt van gekomen, en bovendien was er heel veel simpelweg weggestopt. Ondergesneeuwd met nieuwe feiten.

.

Waarom een zoektocht naar “die docent CML”?

In dit blog ben ik de bladzijde met kweekschool docenten aan het voltooien. Namen aan het toevoegen aan de lijst van leraren en leraressen. Ik vond zijn naam niet. Die kwam ook na een lange tijd niet terug in mijn herinnering, maar herinnerde mij wel wat ik hierboven beschreef. Dus ging ik navraag doen bij een van mijn klasgenoten, nog altijd trouwe briefschrijfster en vriendin, Leonie. Zij kreeg het antwoord van Corrie, die ook in onze klas zat, en getrouwd is met Theo, een zoon van de Brabantse kunstenaar Jan van Gemert. Zij vertelde Leonie over een boek over Brabantse kunstenaars. Haar schoonvader, de kunstenaar Jan van Gemert dus, is daarin ook opgenomen. Zij wist daardoor ook de naam waarnaar Leonie vroeg: Willem Hofhuizen, want die naam was ook in dat boek vermeld. Corrie had zelf klaarblijkelijk al de link gelegd tussen die naam, en ook haar docent aan de kweekschool in Veghel.

.

De stijl van Willem Hofhuizen, en herkenning

Zoekend via google naar Willem Hofhuizen verschenen de schilderijen snel in groten getale op mijn computerscherm. Mijn honger naar meer willen weten was niet te stuiten. Bijzonder interessant voor mij is te lezen op de website van Willem Hofhuizen, dat hij langgerekte figuren schilderde.

Dit riep direct herinneringen bij mij op aan de dirigent die ik in klei had uitgebeeld, in een handenarbeidles op diezelfde kweekschool. Ik had die dirigent bewust een abnormale lengte gegeven, en waarom? Om dezelfde redenen als wat Hofhuizen wilde: gratie creëren. De non, Zuster Angela, was het er niet mee eens (zie: “Kunst“). De kritiek was gruwelijk kleinerend, en verwondde mij gevoelsmatig zozeer dat ik de nog niet gedroogde klei-figuur in elkaar bonkte. Het voelt als een in ere hersteld worden hier neer te kunnen schrijven dat ik niet de enige was die figuren langer maakte. Dat had zij moeten weten! Zelfs Michel Angelo zou zijn figuren gestretched hebben. Om precies dezelfde reden. Ook El Greco deed dit.

.

Verzet

Het bracht destijds wel een facet van mij aan het licht dat wellicht toen, door zuster Angela’s opmerking, ontwaakt is: verzet. Ook dat is een facet dat Willem Hofhuizen niet vreemd was. Hij kende de gedichten van García Lorca. Hij heeft speciale “Lorca” schilderijen gemaakt, gebaseerd op gedichten van Lorca. Lorca vertoonde ook verzet, en ik ken diezelfde García Lorca van de muzieknoten die Mikis Theodorakis componeerde op gedichten van Lorca. (Romancero Gitano). Voor de duidelijkheid: ik heb ook een blog waarin ik schrijf over de muziek van Mikis Theodorakis. Mikis Theodorakis is een Griekse verzetsheld en ik heb veel kracht teruggevonden in zijn muziek. Er zijn momenten geweest dat ik totaal verpletterd was door de overmacht van zoveel in mijn leven. Theodorakis raakt(e) mij diep. Audio: Enkele delen uit Romancero Gitano, García Lorca, muziek Mikis Theodorakis.
01. Maria Farantouri – Antonio Torres Heredia I
02. Maria Farantouri – La morte por el amor
03. Maria Farantouri – Antonio Torres Heredia II

.

.

Jan van Gemert, Willi Martinali, Hendrik Wiegersma

Terug naar Hofhuizen: Willem Hofhuizen heeft een korte tijd in Deurne gewoond, rond 1946, en daar contact gehad met Brabantse kunstenaars, die daar gehuisvest waren, of elkaar ontmoetten. Die ontmoetingen vonden plaats in het huis van Dokter Wiegersma.

Vooral de website “Documentatie van Beeldende Kunst in Noord Brabant” biedt veel details met betrekking tot die kunstenaars.

Daar is te lezen dat Jan van Gemert in Deurne woonde van 1940 tot 1945, in het huis van Willi Martinali. Er is een boek uitgebracht over de groep kunstenaars waartoe ook Jan van Gemert behoorde, en waarbij ook Willem Hofhuizen zich voegde. De titel is:  “Twintig kunstenaars in een peeldorp“. Dit is dus het boek dat ook Corrie in haar bezit heeft. Willem Hofhuizen had contact met Jan van Gemert (bron) en is in 1946 vanuit Deurne verhuisd naar Maastricht, waar hij tot aan zijn dood, 23 December 1986, is blijven wonen. En ja, hij reisde dus wekelijks af naar Veghel, in de zestiger jaren, om ook aan mij les te geven. Maar ik, niemand, wist wie daar zat in dat kweekschool-leslokaal, achter die lessenaar.

Schilderij: Willem Hofhuizen, in 1958. 

Willem Hofhuizen, zelfportret, 1958

.

 

Aanvullende informatie:

.

Dia’s

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

.

.

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s