#2. 130 Jaar O&U: De dirigeerstok

In mijn eerste «130 Jaar O&U» heb ik de timeline uitgetekend vanaf de oprichting tot aan het moment van nu, 2021, en daarbij heb ik alleen de begin-stip en de stip op die lijn waar we nu zijn, uitgelicht.

Ik nodig je uit met mij mee terug te scrollen op die timeline, naar de tijd dat ik voor het eerst de dirigeerstok van Harrie Swinkels onder ogen kreeg, de eerste dirigent, tegelijkertijd opleider van leerlingen, aspirant leden, van O&U.

Omdat ik diep in mijn herinneringen moest graven ben ik voor alle zekerheid eerst gaan googlen op «Harrie Swinkels, Beek en Donk». Dat leverde verrassende resultaten op. Ik vond een en ander in «Geni», de familie-stamboom website. Op de eerste plaats: Harrie Swinkels heet niet Harrie maar Henri.

Henri Swinkels (1878-1958)

Het is echt de Swinkels die ik bedoel, want hij blijkt in Geni de vader van alle Swinkelsen die O&U zovele jaren lang hebben gediend, verrijkt met hun aanwezigheid, en de harmonie met hun geërfde gedrevenheid naar grote hoogten hebben gebracht: als secretaris (Jos), dirigent (Piet) en trouw lid (Canto). Ook kleinkinderen van Henri Swinkels werden lid van O&U, en hebben ieder op hun eigen manier invulling gegeven aan het lidmaatschap. De vrouw van Henri Swinkels, Anna Keeris, is weer verbonden met een andere familie in de harmonie: de familie Van Eerd. In Geni kun je de namen ervan allemaal terugvinden.

De dirigeerstok

Terug nu naar de dirigeerstok. In welk jaar het precies was dat ik die dirigeerstok voor het eerst zag: ik weet het niet meer. Het was in een jubileumjaar van O&U. André van Berlo (1936-1989), de muzikale duizendpoot en ongekend gedreven O&U-er, mijn echtgenoot en vader van onze drie kinderen, was dat jubileum samen met Felix van Thiel(1923-1989) aan het voorbereiden. Zij werkten samen aan een speciale uitgave van een O&U-jubileumkrant, met daarin talloze korte en langere artikelen, al dan niet verluchtigd met foto’s, met de hele geschiedenis van de vereniging. De dirigeerstok belandde toen voor even in ons huis. Het was een merkwaardige houten stok van ongeveer dertig cm, en totaal anders dan de dirigeerstokken die ik inmiddels had leren kennen.

Het is moeilijk voor te stellen hoe je met zo’n stok een klassiek werk, met zoveel subtiele en gevoelige details, pianissimo’s en pianississimo’s, kunt dirigeren zonder enigzins lomp over te komen. Maar ja, het materiaal waar de nieuwere dirigeerstokken van gemaakt werden bestond niet toen Henri Swinkels begon.

Hoewel die nieuwere dirigeerstokken heel erg licht waren, als een breinaald zo dun, je hoorde toch heel duidelijk wanneer er tijdens repetities «afgetikt» (tik tik tik tik tik) werd op de lessenaar van de dirigent, om aan te geven dat er gestopt moest worden, want, er moest iets, of veel, anders gespeeld worden. Alle klanken verstomden vrijwel onmiddellijk. Hoewel het stokje licht was, het geluid drong toch door alles heen. Je kon ook duidelijk horen of het vriendelijke of venijnige tikjes waren. De snelheid van het «afremmen» was bij de venijnige tikjes groter dan bij de vriendelijke tikjes en kreeg steevast bijval van roepende O&U-ers, die de doorblazers (meestal de koper-blazers) aanmaanden met: «Hé, héee!!»

De vraag is of een dirigeerstok wel zo nodig is, anders dan om ermee te tikken tijdens repetities. De dirigent die ik ermee heb zien dirigeren, Heinz Friesen, dirigeerde weliwaar met die lichtere versie, maar die stok was eigenlijk bijzaak, want in feite dirigeerde hij met alles wat en wie hij was, met zijn beweeglijke lange armen, zijn talloze expressieve gezichtsuitdrukkingen, de uitdrukking in zijn ogen, zijn buigingen, diep of minder diep voorover, zelfs ver voorover, of fier rechtop staand, soepel naar links of rechts draaiend, enz. enz.. Als doven tussen de orkestleden hadden gezeten hadden ze het muzikale werk tot in alle diepte toch kunnen begrijpen.

Iedereen hing intens geconcentreerd aan zijn «zijn», de muziek die hij werd als er gespeeld werd. Hij kon ook meesterlijk goed uitleggen, aangeven hoe hij wilde dat iets gespeeld moest worden, hoe er geblazen moest worden, wat voor een soort aanzet, en wanneer die aanzet al moest beginnen, namelijk al voor er een klank te horen was. Hij leek elk instrument te kennen, alsof hij er zelf ooit op gespeeld had. En hij kreeg het voor elkaar wat hij wilde horen. Altijd weer. Want hij leerde ons luisteren.

Ik kan het niet helpen dat ik nog steeds euforisch schrijf en spreek over Heinz Friesen. Sorry indien ik je hiermee verveel. Het is echter wel terecht wat ik schrijf. Ik heb vele dirigenten «voorbij zien komen» in mijn 72 jaren lange leven, maar ik kan alles wat ik van Heinz Friesen geleerd, gehoord en gezien heb, bij hem ervaren heb, in het orkest, nooit meer vergeten of opzij schuiven. Ik luister met de oren die hij gecreëerd heeft, en dat betekent dat er vele dirigenten niet voldeden of voldoen aan wat die door hem getrainde oren willen horen.

Van alle dirigenten, van allerlei soorten orkesten, die ik waarnam via beeld en geluid, in concertzalen, op TV, in videos, is voor mij alleen de stijl van Sir Simon Rattle vergelijkbaar met die van Heinz Friesen. Althans de Heinz Friesen in de jaren dat hij dirigeerde bij O&U. Dirigenten van harmonieorkesten, hoe hoog ze ook gescoord hebben of scoren, als dirigent van bijvoorbeeld Spaanse top-harmonieorkesten, er is er geen een die het niveau heeft van Heinz Friesen. Fried Dobbelstein komt in de richting (hoorde ik in uitvoeringen in SoundCloud), maar die blijkt helaas het stokje erbij neergelegd te hebben.

Mijn hoop en wens is, dat de volgende dirigent de harten van alle O&U-ers weet te veroveren, en de eenheid kan herscheppen die ik destijds, in de jaren tachtig, in een artikel in RondO&U, de Sonus van toen, beschreef als een kunstig gesponnen web, waarin ieder lid onafscheidelijk met elkaar verweven is, zodanig, dat iedereen daarbuiten er naar verlangt er ook in gevangen te willen worden; dat er meer muzikaal talent uit Beek en Donk en omgeving weer bij «de harmonie» wil horen, ervoor wil klaarstaan, actief zijn, dezelfde vreugde voelt als wij allemaal, toen we zongen dat niemand kan leven zonder Bavaria, of het Hermenieke van Bergeijk, dè toch zô schon spulde. Een goede harmonie is ook een fantastisch gemengd koor, na een goed concert, of een gewonnen concours. Geluk wil gezongen worden.

De dirigeerstok is goed voor tik tik tik tik, en elegante gebaren. Degene die die stok vasthoudt en in beweging brengt, en die daarmee het gemengd koor vormt dat na afloop van een geweldige uitvoering de foyer van de concertzaal vult met de klanken van diepe bassen, hoge sopranen, en alles daar tussenin, daar valt of staat alles mee.

Dit artikel is geplaatst in Sonus, het digitale verenigingsblad van Koninklijke Harmonie Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk (Laarbeek), in het kader van haar 130 jarige jubileum.