Kracht

Door Noorwegen kom ik meer en meer in mijn kracht en maak nog meer echte eigen keuzes in plaats van een ander te laten bepalen wat goed is. De door overbevolking en sociale controle getekende Nederlandse leefwijze, onvrij, terwijl men denkt een vrije maatschappij te hebben, heeft me onderuit gehaald en Noorwegen heeft me overeind geholpen, echter ook een harde kant in mij ontwikkeld. Er zullen mensen zijn die menen, zelfs zeggen, dat ik die al had, maar die voor ieder mens ook noodzakelijke harde kant was nooit van lange duur, want mijn terug verlangen naar contact met die of die waarvan ik wilde dat die toch, ondanks alles, in mijn leven thuis hoorde, brak iedere net opgebouwde muur. De cement was nog niet droog.

Dat wat men hard noemt, en uitlegt als negatief, is wel beschouwd niet meer dan in feite gewoon simpelweg duidelijk zijn, niet fout begrepen willen worden, eerlijk zijn, en dat alles is dus in werkelijkheid een zeer positieve, noodzakelijke zelfbescherming en absoluut niet negatief. 

Meepraten met de mond van een ander is in Nederland een noodzakelijk kwaad om te kunnen dealen met omstandigheden en om niet buitengesloten te worden. Zelfs nu: het is onmogelijk om hardop te zeggen dat je het eens bent met, laat ik maar een enorm taboe noemen, Geert Wilders, zelfs niet voor een klein luttel zinnetje. Er zijn heel veel schijn-vrijheden in Nederland. Men wil er bij horen, zich voordoen als de goedheilig man of vrouw. Het moet de invloed van de bijbel zijn, kan niet anders. Doe je niet mee met de groepsgeest, of ben je het niet eens met iemand, dan word je dus buitengesloten, of erger, publiekelijk te schande gezet voor de klas, zoals ik, als kind, zeven jaar jong, aangestaard door dertig paar ogen, veroordeeld als zijnde zondig, door de meester, en monddood gemaakt. Wat ik wist dat zwart was werd beschreven als wit, en zo begon de leugen, mijn eigen leugenachtige bestaan zich te vormen, in mijzelf, en werd mijn eigen weten, mijn intuitie afgedaan als onwijs, onwaar, je verzint maar wat, je liegt, je bent hard, je deugt niet.

Wat was er gebeurd? Kinderen uit de straat hadden mij gehoord. En tegen die meester verteld dat ik boos geworden was op mijn moeder, tegen haar geschreeuwd. (“Eert uw vader en uw moeder!”: één van de tien geboden van de Heilige Kerk.) Zij wisten niet dat dit gebeurde uit pure onmacht, vanwege een zieke gezinssituatie, waartegen mijn moeder niet opgewassen was: ze was depressief (begreep ik later). Deed alles om de lieve vrede te bewaren en eiste dit ook van ons, haar kinderen. Dat werkte niet, want de onderhuidse spanningen waren om te snijden. Ik heb alle negativiteit in mij geabsorbeerd, raakte overbelast en kon die opgeslagen spanningen niet kwijt, niet anders dan door woede uitbarstingen. Er was in de jaren vijftig ook geen psychologische hulpverlening, er was niets bekend over de postnatale depressie waaraan mijn moeder moet hebben geleden, en via haar leden wij allemaal. Er was niemand om naar ons te luisteren, en niemand luisterde naar haar. Mijn vader was afwezig: hij werkte enorm hard om zijn gezin te kunnen onderhouden. Ik was de “oudste en moest mijn verstand gebruiken” was haar motto.

In de ogen van anderen, mijn ouders inbegrepen, was ik een kind, en geen volwassene, terwijl ik zielsmatig eigenlijk ouder was dan mijn eigen moeder. Mijn moeder heeft nooit geaccepteerd dat ik zielsmatig ouder was, en vanwege dit gegeven is zij nooit de moeder voor mij geweest die ik nodig had, of zocht. Ik zocht “moeders” buiten het huis, oudere vrouwen waren mijn kameraad, en dat hielp om het gemis te compenseren. Ook de moeder van mijn vriendin is mijn moeder geweest, in feite. De relatie met mijn moeder werd pas beter toen ik besloot niets meer te verwachten, voor haar te zorgen, en moeder voor mijn eigen moeder te worden. Dat was pas na 2000. Wat een enorme transformatie ging ik door, wat een proces, en wat doet dát pijn. Die transformatie heeft tientallen jaren geduurd, en het constante thema van die transformatie was “moeder”. In een geleide visualisatie tijdens een cursus self-healing in de beginjaren negentig vond ik degene die ik zocht. Ik zag mijzelf as foetus, diep onder water, een enorme blauwe oceaan waar licht vanaf boven doorheen straalde, met een kilometers lange navelstreng. Het leek alsof die navelstreng rond dobberde, niet verbonden was met iets of iemand. Die navelstreng bleek na lang zoeken aan de andere kant verbonden te zijn met Moeder Aarde….. Dit is niet bedacht, dit onthulde zich. Wat een rust ontstond hierdoor, dit te weten, te ervaren. Vanaf toen werkte het bijzonder helend door gewoon met mijn buik op de grond te gaan liggen, wanneer ik nabijheid nodig had, en de verbinding te voelen met de moeder van alle leven. De enige echte ware moeder.

.

Wat er gebeurd was op mijn zevende is traumatisch. Omdat er geen hulpverlening was had ik geen andere keuze dan alles maar gewoon te accepteren zoals het was, mijzelf te ontkennen en onzichtbaar te maken, door me te verstoppen in een hoek, met een boek. Ik merkte ook dat denken mij hielp om niets meer te voelen. Terwijl ik aan het rekenen was verdween de pijn. Ik vond het heerlijk om naar school te gaan: daar was orde, rust, structuur. Ik kon mijn denken ontwikkelen, en door in mijn denken te zijn voelde ik niets.

Onvrijwillig gekozen psychische terreur is als een rode draad door mijn leven gegaan. Ik ben begonnen met me los te maken vanaf 1980, nadat ik al jaren innerlijk verzet voelde groeien tegen de persoonlijkheid die ik had aangenomen om psychisch te overleven. Ik was 32. Doodop. Niemand zag het. Erover praten ging niet. Zelfs niet met psychologen, of dokters. Wanneer je zodanig de weg kwijt bent dat je een psycholoog nodig hebt dan ben je overgeleverd aan de geestelijke ontwikkeling van de psycholoog die je toebedeeld krijgt. Een keuze had je niet. Toen. Die ik toegewezen kreeg kon zo diep niet kijken en het werkte dus niet. Ook de medicijnen die me aangereikt werden toen ik in een diep gat viel, werkten niet. Mijn lichaam werd er moe van, mijn geest was echter onbereikbaar voor die medicijnen en de over-activiteit ervan ging gewoon door. Gelukkig eigenlijk: ik bleef daardoor ook in staat om bewust te observeren, in mijzelf, wat er allemaal gebeurde, en wist wat deugde en wat niet deugde. Voor mij werd toen echt duidelijk hoe reguliere medicijnen werken: die gaan niet dieper dan wat er fysiek aanwezig is. Zelfs wanneer je medicijnen gebruikt die mentaal werken, of zouden moeten werken. Wanneer ik inderdaad een placebo-type was geweest dan had dit niet werkende medicijn gewerkt als een tierelier. Ik vermeld het woord placebo omdat dit argument vaak is gebuikt door hen, inclusief reguliere genezers, die menen dat ik van “niets” beter ben geworden: omdat ik de alternatieve richting op ging, om genezing te vinden. Betaald uit eigen zak. Reden voor mijn huisarts, toen ik hem eens consulteerde, om mij onverrichter zake weer naar huis te sturen: “…jij wordt van “niets” beter.” Ik kon gaan. Waarlijk zo gezegd. Letterlijk. Waar gebeurd. Mijn niet ontwikkelde, liever gezegd, zwaar onderdrukte zelf, liet het allemaal gebeuren. Ik was niet hard genoeg. Moest dit leren, maar dat is een lange weg geworden, en mensen die me kenden en gebruikten vanwege die zachte kant, vonden het maar niks dat ik geleidelijk aan een harde laag vormde om mijzelf te beschermen, te verweren.

Hard en zacht hebben elkaar nodig in je eigen zelf. Om overeind te blijven. Je rug recht te houden, en je hoofd fier opgericht op je rechte nek. Dat kun je “faken”, doen lijken, zonder je gevoel erbij, maar wanneer lichaam en geest één zijn is dit werkelijke kracht, dan ben je een persoonlijkheid. Hard en zacht tesamen zijn kracht. Ook boosheid is een kracht. Woede is een kracht. Maar hoe zwaar is die kracht onderdrukt, overal, omdat woedend zijn een taboe is, je moet je vooral inhouden, netjes gedragen. Ik verfoeide mijn woede, ik verfoeide mijn haat, ik verfoeide zelfs mijn vader, want ik leek op hem, zeiden ze. Ik verfoeide mijn familienaam, want dat was zijn naam. Ik wilde op mijn moeder lijken. De zachte. De lijdzaam toeziende. Die het slachtoffer was van veel wat nooit benoemd werd, maar ook dat wel benoemd werd en waar ze mij als dochter van twee mensen, buiten had moeten laten. Het is mede door haar dat ik mijn vader haatte, verachtte, en haar in bescherming nam. Inmiddels gebruik ik weer mijn vaders familienaam.

Onderdrukte woede en onderdrukte haat is destructiever dan het uiten ervan, en met uiten bedoel ik rechtstreeks naar degene die het toekomt. Praten over woede, met mensen die buiten het conflict staan, werkt niet, tenzij het een hulpverlener is. Praten vanuit je woede of boosheid is een kracht en je moet leren met die kracht de juiste woorden te durven gebruiken, vlijmscherp, hard, waar, rechtstreeks naar degene die die woede nodig heeft om wakker geschud te worden, en een en ander recht te zetten.

Woede laten imploderen maakt depressief, en ik geloof vast dat dit de oorzaak is van die groeiende massa depressieve mensen, wereldwijd, die geleerd hebben alles te onderdrukken en in zichzelf krachten te verfoeien die heel natuurlijk zijn, die je kunt leren transformeren, om te zetten in constructieve krachten. Ik ben er van overtuigd dat wat jongeren drijft om te vechten voor IS een logisch gevolg is van onderdrukte woede, van genegeerd worden, niet gehoord of gezien worden en iemand willen zijn of worden via iets wat in feite bestiaal is, als een spiegel van wat er binnenin leeft. Dan is woede waanzin geworden, psychopathie.

Dat woede een kracht is, een eerlijke natuurlijke reactie waar je iets mee kunt doen, was een eye-opener, die de cursusleidster mij aanreikte. Die zag die woede, die zag waardoor er die woede was. Die keek dieper dan psychologen kunnen. Zij kon tot in mijn kinderjaren kijken, thuissituaties bekijken die klopten zonder dat ik haar erover geïnformeerd had. Ik ging mezelf met heel andere ogen bekijken. De veroordelende (in feite de ogen van anderen) ogen maakten plaats voor zoekende ogen, wie was ik? Echt?

Een andere hulpverleenster zag ook die woede, zag ook die constante onderdrukking, overmacht, en zag ook de verandering die er gaande was. “Dan ga je in je kracht komen, Antoinette, en dan ga je trekkracht vormen, mensen helpen, uit hun drab, uit hun sores.”

Sport helpt ook enorm om woede om te zetten in kracht. Ook tuinieren helpt. Schoonmaken. Maar vooral zeggen wat je te zeggen hebt helpt, je niet de mond laten snoeren, niet jezelf monddood laten maken, woede laten horen, blijken, alles is beter dan de lieve vrede of schone schijn. Liever alleen, dan samen met mensen bij wie je niet jezelf mag zijn, die er normen op na houden waarmee zij blijkbaar kunnen leven, zolang als het duurt, maar die niet bij jou passen. Het getuigt ook van kracht je eigen weg te volgen, durven alleen te gaan, wetende, dat er mensen zijn, daar, verderop op je levensweg, die jou waarderen voor zowel je zachte (emotionele) als je harde (mentale) kant. Mensen die gezonde kritiek durven geven, die kunnen luisteren naar ook jouw gezonde kritiek, en die echt iets te zeggen hebben, omdat ze dieper denken, en dieper voelen. Deze mensen zijn mentaal en emotioneel een verrijking in je leven, vervolmaken je leven en helpen je alles, wat je los moest laten, geleidelijk aan te vergeten.

Wat ook helpt om in je kracht te komen, of te blijven, is schrijven.

.

Foto in de header en deze: van mijzelf. Onder: Zacht mos op een harde rots. Hard en zacht, samen. In de header: harde winters, harde rotsen, en zachte sneeuw. Meer foto’s: hier.
IMG_2457

.
.
.